Banner

Ant-Man

6.5
Nicolas Legendre - 21 juli 2015

Na de laatste paar Marvel-blockbusters, allemaal net iets minder goed dan we zouden mogen verwachten, deed de premisse van Ant-Man ons het ergste vrezen. Een kerel wiens enige superkracht is dat hij zich kan verkleinen en die legers mieren aanvoert? En die kerel wordt dan nog gespeeld door Paul Rudd, de acteur uit Dinner for Schmucks en Anchorman? Het klonk als een knoeiboel van Joel Schumacher-proporties. Het feit dat de regisseur van Simon Peggs Cornetto-trilogie, Edgar Wright, op het laatste nippertje opstapte wegens een ‘creatief meningsverschil’ en vervangen werd door de weinig ervaren Peyton Reed (bekend van Yes Man), toonde nog maar eens hoe ver Marvel wil gaan om hun films family friendly, toegankelijk en, vooral, voorspelbaar te houden.

Om maar te zeggen dat onze verwachtingen bij het binnengaan van de bioscoopzaal niet al te hoog lagen. Dat in andere recensies de loftrompet gestoken werd over een film die ‘zichzelf niet al te ernstig neemt’, maakte de zaak er niet veel beter op. De pseudo-zelfspot van Bradley ‘Rocket’ Cooper in Guardians of the Galaxy staat nog steeds diep in ons geheugen gegrift als voorbeeld van hoe het vooral niet moet. Het goede nieuws: Ant-Man is geen catastrofe geworden. Verre van zelfs.

Het verhaal over Scott Lang (Paul Rudd) die de mantel overneemt van de op leeftijd gekomen wetenschapper en eerste Ant-Man, Hank Pym (Michael Douglas), heeft meer weg van een typische loser-komedie dan van een superheldenfilm. Lang komt net uit de gevangenis en probeert zich binnen te wurmen in het nieuwe gezin van zijn ex-vrouw Maggie (Judy Greer). Aangezien hij geen alimentatie kan betalen, is dat niet naar de zin van Maggies nieuwe liefde Paxton (Bobby Cannavale). Uit wanhoop probeert hij samen met zijn oude celgenoot Luis (Michael Peña) terug als inbreker aan de kost te komen. Hun eerste kraak brengt hen, niet helemaal toevallig, naar het huis van Hank Pym, die hem overtuigt om in zijn plaats het pak van Ant-Man aan te trekken. Pyms wereldbedreigende ontdekkingen zijn immers nagemaakt door zijn protegé Darren Cross (Corey Stoll), die hen wil verkopen aan Hydra. Enfin, er moet maar weer eens een wereld gered worden.

Niet het origineelste verhaal aller tijden dus. Dat Lang daarbovenop zijn moed vindt bij het dochtertje dat hij zo mist en dat er tussen Pym en zìjn dochter Hope (Evangeline Lilly) een paar onuitgesproken problemen hangen, vervolledigt de checklist van typische Marvel-thema’s. Ant-Man is dan ook een bijna exacte replica van het patroon dat zo ongeveer elke Marvel-film volgt. Held krijgt superkrachten en weet niet wat hij er mee aan moet, held oefent zich een beetje en overwint een persoonlijk probleem, held redt de wereld en leeft nog lang en gelukkig. Of toch tot de onvermijdelijke sequel. Wie enige vorm van originaliteit wel op prijs kan stellen, heeft bij Ant-Man dus helemaal niets te zoeken.

Maar. Anno 2015 gaat er waarschijnlijk niemand nog naar een Marvel-film kijken met het idee dat er creatieve bakens verzet gaan worden. Dat is het goede nieuws: Ant-Man kleurt het bekende template net zo goed in als ‘oude’ knallers als Captain America en The Avengers. Op zijn beste momenten doet hij zelfs denken aan Sam Raimi’s Spider-Man 2, nog steeds één van de beste superheldenfilms sinds de opkomst van het genre. Ant-Man is dan ook oprecht leuk entertainment. Rudds vertolking van de schlemielige Scott Lang raakt meteen de juiste toon: hij neemt zichzelf niet al te ernstig, zonder de zaken te forceren. Op één of twee misplaatste mopjes na houdt de film de ironie impliciet. De humor is voornamelijk visueel en redelijk subtiel. Zo wordt de kwaadaardigheid van slechterik Cross in de verf gezet doordat hij zijn experimenten niet op de gebruikelijke muizen uitvoert, maar op knuffelbare lammetjes. Er wordt over die mop geen drukte gemaakt, ze wordt niet benadrukt met een stilte in de soundtrack of overdreven veel shots van geschokte gelaatsuitdrukkingen, ze is er gewoon. En ze is grappig. Als het over humor gaat, moeten we zeker ook Michael Peña vermelden. Die zet een stereotiepe latino-gangster neer (met een niet bepaald stereotiepe voorliefde voor wijnproeverijen en neokubistische kunst – nog zo’n grap die zich op de achtergrond afspeelt en daardoor des te beter werkt), maar hij weet de valkuilen van dat soort comic relief-personages te vermijden en is oprecht hilarisch.

Wat de film te bieden heeft qua humor moet hij dan weer inleveren als het op actie aankomt. In zijn verkleinde vorm komt Ant-Man in een paar leuke situaties terecht (de badkuip, een gevecht op een miniatuurtreintje), maar regisseur Reed weet daar zelden munt uit te slaan. Zijn actie is chaotisch, schokkerig en moeilijk te volgen. Daarbovenop zijn zijn beelden zo overduidelijk digitaal dat het vreselijk lelijk wordt. Pijnlijke misser daarin is de sequentie tegen het einde aan waarbij Lang zich extreem verkleint en ‘tussen de atomen’ terecht komt: de animatie lijkt hier wel uit één of andere oude videoclip van Pink Floyd te komen. Naar het einde toe wordt de humor ook een stuk meer on the nose, en daardoor een stuk minder grappig.

Wie het gebrek aan originaliteit wil vergeven, kan zich met Ant-Man twee uur prima vermaken. Qua toon één van de beste Marvels sinds Spider-Man, wat actie betreft dan weer een pak minder. Middelmatig, dus – maar wel de eerste film sinds The Avengers die begrijpt hoe een superheldenfilm moet aanvoelen.

E-mailadres Afdrukken
 
Ant-Man
VS / 2015
Regie: Peyton Reed
Scenario: Edgar Wright; Joe Cornish; Adam McKay; Paul Rudd
Met: Paul Rudd; Evangeline Lilly; Corey Stoll; Michael Douglas
Duur: 117 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST