Banner

Citizenfour

7.0
Dennis Van Dessel - 10 juni 2015

De hoogdagen van de cinema-documentaire lijken, in onze contreien althans, ondertussen alweer tot het verleden te behoren. Tien jaar geleden trok pakweg Capturing the Friedmans van Andrew Jarecki nog volle zalen (weliswaar een bescheiden aantal arthousezalen, maar dan nog: ze zaten vol). Toen Jarecki eerder dit jaar The Jinx maakte, een fascinerend portret van vermeend drievoudig moordenaar Robert Durst, deed hij dat voor HBO. Ook Michael Moore is veel van zijn pluimen verloren - hoe lang is het niet geleden dat die nog eens echt rel schopte met één van zijn pamfletfilms? - en zelfs Citizenfour, een oprecht ophefmakende documentaire die een Oscar won, raakt bij ons nauwelijks verdeeld.

Aan de maatschappelijke relevantie zal het in ieder geval niet gelegen hebben. De film vertelt hoe documentairemaakster Laura Poitras in 2013 gecodeerde mails ontving van een hacker die zichzelf “Citizenfour” noemde en beweerde dat hij schokkend bewijsmateriaal had van illegale spionagepraktijken door de Amerikaanse overheid op zijn eigen burgers. Op vraag van Citizenfour trok Poitras, samen met onderzoeksjournalist Glenn Greenwald, naar Hong Kong om er de mysterieuze whistleblower te ontmoeten. De volgende acht dagen zouden geschiedenis schrijven: Edward Snowden onthult hoe de NSA, in samenwerking met telecomgiganten als AT&T, Yahoo en Facebook, vrijwel ongelimiteerde toegang heeft tot de telefoongesprekken, de e-mails en het surfgedrag van zowat elke Amerikaanse burger. Onder het mom van de beruchte strijd tegen het terrorisme eigent de overheid zichzelf het recht toe om de online privacy op te schorten.

Snowden komt daarbij naar voren als een intelligente, welbespraakte jonge man - nog maar 29 op het moment van de feiten - die heel goed beseft dat zijn leven er nooit nog zal uitzien als voordien. “Ik zie wel wat er gebeurt,” zegt hij, “als ik word gearresteerd, dan is het maar zo.” Maar die schijnbare gelatenheid kan zijn angst niet verbergen. Eén van de meest geslaagde aspecten van de film is juist de manier waarop zijn groeiende paranoia duidelijk wordt. Hij haalt de laptops en gsm’s van Poitras en Greenwald uit elkaar - “Je moet je simkaart regelmatig vervangen” - en trekt op een bepaald moment zelfs de vaste telefoon uit de muur. “Zelfs als de hoorn op de haak ligt, kan een goede hacker je telefoon nog gebruiken om je af te luisteren,” legt hij uit. Wanneer het brandalarm in het hotel herhaaldelijk afgaat, weten Snowden en de journalisten niet wat ze er van moeten denken. Is er een echte brand? Is het een veiligheidstest? Of proberen bepaalde partijen Snowden naar buiten te lokken? Weten ze dat Poitras aan het filmen is en willen ze dat een hak zetten? Citizenfour doet regelmatig denken aan de bekende oneliner: “Just because you’re paranoid doesn’t mean they’re not after you.”

En toch blijft de film een verrassend afstandelijke toon hanteren. Poitras registreert, maar weigert om muziek of flashy montages te gebruiken om de spanning artificieel op te drijven. Dat siert haar, maar het zorgt er ook voor dat Citizenfour soms zijn spankracht dreigt te verliezen. Scènes waarin Snowden simpelweg op zijn hotelkamer rondhangt, wachtend op de volgende wending in een verhaal hij dat hij zelf op gang heeft gebracht maar nu niet meer onder controle heeft, zouden eigenlijk zenuwslopend moeten zijn. Maar in de praktijk duren ze te lang en zijn ze te sec in beeld gebracht om echt iets toe te voegen. Na de publicatie van zijn eerste artikels gaat Glenn Greenwald de hort op om Snowdens verhaal toe te lichten op conferenties en politieke bijeenkomsten, maar de film heeft de eigenaardige neiging om slechts een deel van zijn uiteenzetting te tonen en dan weg te knippen voordat hij tot een memorabele conclusie kan komen. En zo zitten er nog een paar eigenaardige montagekeuzes in de film: WikiLeaks-stichter Julian Assange duikt op in één scène, waarin hij probeert om een veilig toevluchtsoord te vinden voor Snowden. In de praktijk is daar nooit iets van gekomen en de film komt er ook niet op terug, waardoor je je kan afvragen waarom dat moment er in is gebleven. Citizenfour duurt bijna twee uur, maar zou waarschijnlijk effectiever zijn geweest op een lengte van 90 minuten.

Los daarvan blijft de film wel een beklijvende ervaring die zich, in tegenstelling tot de meeste documentaires, volledig in de tegenwoordige tijd afspeelt. Doorgaans biedt een non-fictiefilm een samenvatting en analyse van feiten nadat ze gebeurd zijn - Citizenfour daarentegen, registreert historische gebeurtenissen terwijl ze plaatsvinden, zonder te weten wat de uiteindelijke afloop gaat zijn. Juist daarom wordt er door sommige critici getwijfeld aan de shelf life van de film - is Citizenfour niet voorbestemd om razend snel te verouderen? Zelf zijn we daar zo zeker nog niet van. Beeld je in dat Woodward en Bernstein een cameraploeg bij zich hadden terwijl ze Watergate aan het uitvlooien waren: die beelden zouden ook nu nog met fascinatie bekeken worden.

Sowieso is het slechts een kwestie van tijd voordat al die retrospectieve verhalen verteld worden: er komt heus nog wel een meer traditionele documentaire over Snowden en de filmrechten op zijn verhaal zijn wellicht nu al verkocht. “I am not the story,” horen we Snowden zeggen aan het begin van de film, maar natuurlijk is hij dat wel. De feiten die hij aan het licht bracht, zijn nauwelijks voor interpretatie vatbaar - ze zijn simpel en ontegensprekelijk. Snowdens karakter, daarentegen, is een heel ander verhaal, complexer en daarom eigenlijk nog boeiender. Is hij een held of een verrader, een mediageile egotripper of gewoon iemand die deed wat hij moest doen en nu met de gevolgen moet leven? Citizenfour is het eerste narratief van wie hij is en wat hij gedaan heeft. Nu is het wachten op het volgende.

E-mailadres Afdrukken
 
Citizenfour
VS / 2014
Regie: Laura Poitras
Duur: 114 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST