Banner

Once Upon a Time in the West

8.0
Dennis Van Dessel - 27 juni 2010

Kort nadat Sergio Leone in 1966 'The Good, the Bad and the Ugly' uitbracht, keerde hij zijn aandacht naar dat andere Amerikaanse stereotype: de gangster. In zijn Dollars-trilogie had hij de mythe van de nobele cowboy, zoals belichaamd door John Wayne, uitgebreid aan flarden geschoten - nu was het tijd om op een gelijkaardige manier het klassieke beeld van maffiosi te perverteren. Uiteindelijk zou hem dat ook lukken, maar daarvoor moest hij nog wachten tot 1984. Een tergend langzaam schrijfproces was één reden voor die twee decennia durende vertraging, maar het had er ook veel mee te maken dat na het succes van de Dollars-films Hollywood bij Leone aan de deur kwam kloppen. En wat zij wilden, waren meer westerns. Leone gaf toe en besloot om te beginnen aan een tweede trilogie - de 'Once Upon a Time'-trilogie, waarin hij telkens een historische periode behandelde die het einde van een tijdperk betekende in de VS. De eenheid van de drie films wordt enigszins gehavend door het feit dat 'Duck, You Sucker' zich in Mexico afspeelt en strikt genomen de 'Once Upon a Time'-structuur van de titels doorbreekt, maar inhoudelijk valt er wel een lijn tussen de verschillende delen te trekken. 'Once Upon a Time in the West' was de opener van het nieuwe drieluik, en wordt nog steeds beschouwd als één van de beste westerns ooit gemaakt.

De plot is in principe kinderlijk eenvoudig: Morton is een steenrijke businessman die bezig is een spoorweg aan te leggen door het wilde westen. Hij maakt gebruik van de diensten van Frank (Henry Fonda), een gewetenloze moordenaar, om iedereen uit de weg te ruimen die dwarsligt. Mensen zoals Brett McBain, bijvoorbeeld, een boer die zijn land niet aan Morton wil verkopen. Hij en zijn kinderen worden dan ook genadeloos neergekogeld door Frank en zijn bende. Jill (Claudia Cardinale), de kersverse bruid van McBain, treft enkel een slachtpartij aan wanneer ze van New Orleans overkomt om zich bij haar man en zijn gezin te voegen. En dan zijn er Cheyenne (Jason Robards), een schurk-met-eergevoel die het niet bepaald leuk vindt om de moorden van Frank in zijn schoenen geschoven te krijgen, en Harmonica (Charles Bronson in de rol van zijn leven), een mysterieuze figuur die nog een eitje met Frank te pellen heeft.

Het zegt waarschijnlijk genoeg over de lyrische vertelstijl van Leone dat hij voor dit eenvoudige verhaaltje ruim twee en een half uur nodig heeft. In de Dollars-films zag je al duidelijk dat de regisseur steeds meer zijn tijd nam om dingen te vertellen waar andere filmmakers zich doorheen zouden haasten. Van de compactheid van 'A Fistful of Dollars', die nauwelijks boven het anderhalf uur uitkwam, evolueerde hij naar de epische grandeur van 'The Good, the Bad en the Ugly', die afklokte op bijna drie uur - zonder dat het verhaal van die laatste film daarom opmerkelijk complexer was. In 'Once Upon a Time in the West' duwt hij dat langzame, bedachtzame tempo nog verder. Misschien duwt hij het zelfs enigszins over de grens. Om u een idee te geven: het duurt ruim 45 minuten vooraleer de vier hoofdpersonages geïntroduceerd zijn. Tijdens de eerste 11 minuten van de film zien we niets meer dan drie gunmen die aan een slaperig treinstation de komst van Harmonica afwachten - ze zitten, ze worden lastiggevallen door een hardnekkige vlieg, ze kraken hun vingers en ze wachten. Tien minuten lang. Dan komt de trein aan, de drie mannen staan tegenover Harmonica en het resulterende pistoolgevecht duurt hoop en al tien seconden. Nog zo eentje: tijdens de introductiescène van Cheyenne loopt hij, met handboeien aan, een café binnen. Hij ziet Harmonica zitten, de twee kijken elkaar aan en daarna verplicht hij een andere klant om zijn handboeien stuk te schieten. Een scène die in een andere film misschien twee, drie minuten zou duren maar hier wordt uitgerekt tot 10 minuten.

Dat uitrekken van scènes is natuurlijk de stijl waar Leone bekend voor is geworden - het is wat we associëren met de spaghettiwestern. Op die momenten valt het verhaal eigenlijk stil - in plaats van zich bezig te houden met de narratieve drive achter de plot of met de uitwerking van de personages, bedrijft Leone tijdens die lange, vaak statische scènes wat je "pure cinema" kunt noemen. Die shots gaan helemaal nergens over, behalve over zichzelf. Die ogen, dat landschap, de handen die over het pistool zweven, de lichaamstaal - de tijd wordt opgeschort, de personages stappen als het ware buiten het verhaal en zichzelf totdat Leone hen langs alle kanten grondig bekeken heeft en klaar is om verder te gaan.

Heel wat mensen vinden dat prachtig, een minderheid vindt het simpelweg langdradig. Zelf waardeer ik de stijl voor wat het is, hoewel ook ik na een tijdje ongeduldig word met 'Once Upon a Time in the West' (wat dan weer niet het geval is bij 'The Good, the Bad and the Ugly', een film die wat mij betreft net onder de grens wist te blijven, waar 'Once Upon a Time' er net over gaat). Bovendien drijft Leone ook zijn elliptische verhaalstructuur steeds verder, zodat bepaalde plotpunten niet helemaal duidelijk zijn (toch zeker niet tijdens een eerste kijkbeurt): Cheyenne wordt gevangen genomen en op een trein gezet. Later komen we te weten dat hij blijkbaar bevrijd is en dat hij en zijn mannen de trein van Morton hebben aangevallen - maar we hebben niets daarvan gezien. We moeten de acties afleiden uit de gevolgen ervan, wat voor de nodige verwarring kan zorgen.

Thematisch is Leone wel bijzonder sterk bezig in 'Once Upon a Time': zelf omschreef hij de film als een doodswals, en het is makkelijk om te begrijpen waarom. Hij toont hier hoe het oude westen wordt vermoord door de technische vooruitgang, vertegenwoordigd door de trein. Ironisch genoeg is Frank, een typische cowboy-schurk, dus iemand die meewerkt aan zijn eigen ondergang. Bovendien geeft Leone ons hier, voor de eerste en enige keer in zijn oeuvre, een sterk vrouwelijk hoofdpersonage, dat niet afhankelijk is van de mannen - een behoorlijk contrast met de gebruikelijke portrettering van vrouwen in zijn films als hoeren of huisvrouwen (een portrettering die later, in 'Once Upon a Time in America', trouwens zou overslaan naar iets dat gevaarlijk op misogynie lijkt). De suggestie om een vrouw als hoofdpersonage te gebruiken, kwam dan ook niet van Leone, maar van coscenarist Bernardo Bertolucci. Het idee werd naar verluidt slechts schoorvoetend door Leone aanvaard - ik zou graag willen geloven dat dat niets over hem zegt, maar tja...

En dan zijn er nog de acteurs, die zelden beter gecast waren: Henry Fonda gaat overtuigend tegen zijn imago in als slechterik (die blik wanneer hij dat kind neerschiet in zijn openingsscène!), Charles Bronson is perfect als mysterieuze outsider, Jason Robards amuseert zich met de sappigste rol in de film en Claudia Cardinale weet een mooie mix tussen ijzige afstandelijkheid en geaffronteerde moraliteit te bewaren. Voeg daar de majestueuze fotografie aan toe (de rit van Cardinale naar haar huis is fenomenaal in beeld gebracht) en alweer een score van Ennio Morricone die de opera-achtige sfeer van de film prima ondersteunt, met prachtig vocaal werk, en je hebt een film die eigenlijk beter functioneert als expressie van pure cinema (die beelden, die muziek!) dan als narratief hulpmiddel om een verhaal verteld te krijgen. Misschien hoeft een film helemaal niet perfect te zijn om een meesterwerk te zijn. Misschien kunnen pure panache en cinematografische flair een verwarrend scenario en een te gezapig ritme echt wel goedmaken. In dat geval is 'Once Upon a Time in the West' ontegensprekelijk een meesterwerk.

E-mailadres Afdrukken
 
Once Upon a Time in the West
USA-Italië / 1968
Regie: Sergio Leone
Scenario: Sergio Leone; Sergio Donati
Met: Henry Fonda; Claudia Cardinale; Jason Robards; Charles Bronson
Duur: 159 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST