Banner

The Good, the Bad and the Ugly

10.0
Dennis Van Dessel - 08 november 2009




Misschien wel meer dan eender welke andere trilogie in de filmgeschiedenis (en ja, daar reken ik 'The Godfather' bij), is de Dollarstrilogie van Sergio Leone er één die continu in crescendo gaat. Elke film lijkt uit te breiden op de vorige, met meer weidse vista's, meer stand-offs, meer scènes waarin mannen met stoppelbaarden elkaar minutenlang aanstaren terwijl ze er over nadenken of ze elkaar al dan niet zullen neerschieten. Tegen de tijd dat Leone aan zijn derde deel toekwam, 'The Good, the Bad and the Ugly', was hij in feite geëvolueerd van een compacte, low budget spaghettiwestern die nauwelijks over de 90 minuten kwam, naar een gigantisch epos van bijna drie uur waar hij alles bij sleurde dat hij maar kon bedenken. Al het leergeld dat hij had betaald tijdens het maken van de eerste twee films, zie je hier renderen. Leone perfectioneert zijn technieken en trucs, om ons een sluitstuk te geven dat aanvoelt als de som van 'A Fistful of Dollars' en 'For a Few Dollars More'. En dat dan tot de tweede macht. Fans van 'Once Upon a Time in the West' zullen het me niet graag horen zeggen, maar dit is wat mij betreft de beste western die Leone ooit maakte.

In navolging van 'For a Few Dollars More', vertelt de regisseur alweer een doodeenvoudig verhaaltje, dat hij vervolgens schaamteloos uitrekt over bijna 180 minuten. Ditmaal draait alles rond drie geconfedereerde soldaten die, tijdens de nadagen van de Amerikaanse Burgeroorlog, een kist vol goudstukken stelen en begraven op een kerkhof. Angel Eyes ("the bad", gespeeld door Lee Van Cleef) is de eerste om achter het goud aan te gaan. Maar na een tijdje krijgt hij concurrentie van Blondie ("the good", Clint Eastwood) en Tuco ("the ugly", Eli Wallach), een duo schurken, de één al wat sympathieker dan de andere, die regelmatig samenwerken - als ze niet proberen om elkaar te vermoorden. Bij toeval komen de twee één van de originele dieven tegen, die op sterven ligt na een aanval van de Yankees. De man vertelt Tuco de naam van het kerkhof en Blondie de naam op het graf waar ze moeten zoeken. Iedereen wilt de poen natuurlijk voor zichzelf alleen, maar ze kunnen niet zonder elkaar tot ze op het kerkhof zijn.

En dat is het dan: uiteindelijk gaat de film over weinig meer dan drie mannen die achter een schat aan zitten. Maar zoals we dat van hem gewend zijn, neemt Leone rustig zijn tijd om dat verhaal verteld te krijgen. Het duurt tien minuten voordat er ook maar een woord gesproken wordt. En pas na zo'n 70 minuten raken Blondie en Tuco betrokken bij de zoektocht naar het goud. Er zitten hele sequensen in de film die strikt genomen niet nodig zijn voor de plot. Neem nu een segment tijdens het laatste uur. Blondie en Tuco botsen, geheel per ongeluk, op een kamp van het Noordelijke leger - de eenheid moet een brug veroveren op de Zuidelijken, maar zit al wekenlang vast. Af en toe wordt er een aanval gedaan, maar dat haalt weinig uit. Om beweging in de zaak te krijgen en verder naar het kerkhof te kunnen gaan, besluiten Blondie en Tuco om gewoon de brug op te blazen. Heel dit segment duurt 20 minuten. Nuchter bekeken is het netto resultaat van heel die sequens nul komma nul, want eens het allemaal voorbij is, vervolgen de twee gewoon hun weg naar het goud.

Dat klinkt als een negatieve kritiek, maar dat is het niet, want het is precies Leone's lef om dat soort lange zijsporen op te gaan, dat van de film meer maakt dan een banale spaghettiwestern. Meer en meer zie je dat de regisseur zijn eigen visie op de Amerikaanse geschiedenis wilt geven. Hij wilt het wilde westen heruitvinden, met alles er op en eraan. Dat is een heel andere ambitie dan enkel een verhaaltje te vertellen over drie mannen die een kist met goudstukken zoeken. En om die ambitie waar te maken, zijn dat soort scènes absoluut noodzakelijk.

Voor de eerste keer refereert Leone dan ook openlijk aan de historische werkelijkheid, door de Secessieoorlog er bij te halen. 'A Fistful of Dollars' en 'For a Few Dollars More' leken zich eerder af te spelen in een afgezonderd universum, waarin er alleen maar boeven en antihelden waren, met hier en daar een komieke saloonuitbater en de occasionele hoer. Hier krijgen we een duidelijk beeld van de uit elkaar vallende maatschappij die de achtergrond vormt voor die avonturen. Amerika is in oorlog met zichzelf, en in die wereld, die zichzelf uit elkaar scheurt, krijgen we dan onze drie typische Leone-personages, die eigenlijk alle drie even grimmig zijn. Let's face it, zelfs de goeie is enkel uit op geld en twijfelt er niet over om zijn partner in crime achter te laten in de woestijn.

Het is in de eerste plaats de oorlog die zorgt voor de weemoedige toon van 'The Good, the Bad and the Ugly'. Voor de eerste keer laat Leone echte emotie toe in zijn film, die sterk wordt weergegeven in de meer lyrische score van Ennio Morricone. Ditmaal krijgen we ook vrouwenstemmen op de soundtrack, en tragere, meer ingehouden, dramatische muziek. Let op een scène waarin Angel Eyes Tuco in elkaar laat slaan om de naam van het kerkhof te weten te komen. Om het geluid af te dekken, laat hij een koor gevangen genomen Zuidelijke soldaten muziek spelen. Een nostalgisch, treurig liedje - we zien de violist in tranen uitbarsten. Dat soort scènes zouden ondenkbaar zijn geweest in de vorige twee films, en ze tonen dan ook aan hoe Leone emotioneel toch wat rijper is geworden.

Clint Eastwood en Lee Van Cleef doen hun jobs, zoals verwacht, meer dan behoorlijk. Eastwood herneemt zijn maniertjes uit de eerste twee films en is moeiteloos badass, terwijl Lee Van Cleef ditmaal een gewetenloze moordenaar mag spelen, en dat duidelijk met veel plezier doet - de nonchalance waarmee hij zelfs kinderen neerschiet, is genoeg voor een paar kippenvelmomenten. Maar de acteur die met de hele film gaat lopen, is Eli Wallach als Tuco. Hij zorgt hier in de eerste plaats voor de komische noot - een drukdoende babbelkous, die geen twee minuten zijn tater kan houden en daarmee aan Eastwood een excuus geeft om ditmaal nóg minder te zeggen (The Man with no Name is eerder the Man with no Words). Door de humor van de film grotendeels bij dit personage te leggen, weet Leone er veel beter weg mee dan in 'For a Few Dollars More', inclusief de allerbeste one-liner uit de hele trilogie: "If you gotta shoot, shoot. Don't talk." Anderzijds is Tuco ook het enige personage uit de drie films dat een achtergrondverhaal meekrijgt: op een bepaald moment ontmoet Tuco zijn broer, een priester, en krijgen ze een discussie over Tuco's manier om geld te verdienen. "Om niet arm te sterven, moest je ofwel priester worden, ofwel bandiet. Jij koos het één, ik koos het ander. Mijn keuze was moeilijker." Naar de normen van de spaghettiwestern is dat al vrij diepzinnig, en het versterkt de nostalgische toon die de film regelmatig binnensijpelt.

'The Good, the Bad and the Ugly' is dan ook het hoogtepunt uit Leone's carrière als regisseur van westerns ('Once Upon a Time in America' is wellicht een nog betere film, maar uiteraard in een ander genre). Emotioneel rijper dan zijn voorgangers, technisch helemaal op punt gezet en voorzien van inhoudelijke lagen die we eerder nog niet gezien hadden, is dit een absoluut meesterwerk.

E-mailadres Afdrukken
 
The Good, the Bad and the Ugly
Italië - Spanje - Duitsland / 1966
Regie: Sergio Leone
Scenario: Agenore Incrocci; Furio Scarpelli; Luciano Vincenzoni; Sergio Leone
Met: Clint Eastwood; Eli Wallach; Lee Van Cleef; Aldo Giuffrè
Duur: 171 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST