Banner

For a Few Dollars More

8.0
Dennis Van Dessel - 08 november 2009




Regie : Sergio Leone
Scenario : Sergio Leone, Luciano Vincenzoni

Toen Sergio Leone in 1964 'A Fistful of Dollars' maakte, had hij daarmee niet de allereerste spaghettiwestern geproduceerd. Het genre bestond al een tijdje, maar had tot dan toe voornamelijk snel gemaakte en nog sneller vergeten filmpjes voortgebracht, die tegenwoordig quasi onmogelijk op te sporen zijn. 'A Fistful of Dollars' was echter, ondanks z'n bescheiden budget, van een kwaliteit waar mensen maar moeilijk naast konden kijken en, nog belangrijker, hij was een gigantische sleeper hit in Europa. Geen wonder dan dat er al snel een opvolger kwam. 'For a Few Dollars More' kwam het jaar nadien al in de zalen - een indrukwekkend tempo, zeker als je de epische allures van de prent in aanmerking neemt - en toont een regisseur die blijkbaar heel goed zijn lessen heeft getrokken uit zijn vorige ervaring. In vergelijking met 'A Fistful of Dollars' is dit middenstuk van de Dollarstrilogie een veel meer zelfverzekerde en technisch geavanceerde prent. Leone was misschien nog niet helemaal volwassen geworden (getuige daarvan het soms puberale gevoel voor humor van de film), maar zijn gevoel voor ritme en stijl was wel opeens geëvolueerd naar een veel hoger niveau.

Het verhaal draait rond Manco (Clint Eastwood) en Colonel Mortimer (Lee Van Cleef), twee rivaliserende bounty hunters, die criminelen opjagen voor het geld dat er op hun hoofd staat. Wanneer de psychopathische moordenaar El Indio (Gian Maria Volonté) uit de gevangenis ontsnapt, gaan de twee premiejagers dan ook allebei achter hem aan. Manco enkel omdat hij de 10.000 dollar beloning wel ziet zitten, Mortimer omdat hij een persoonlijke vendetta heeft met El Indio. Na wat onderling getouwtrek besluiten de twee om samen te werken om de schurk te pakken te krijgen.

In tegenstelling tot 'A Fistful of Dollars', gebruikt Leone hier een origineel verhaal, in plaats van terug te vallen op een boek of een eerdere film ('Yojimbo'). Gedeeltelijk zal dat wel een gevolg zijn van de juridische miserie waar de regisseur de vorige keer mee bleef zitten: Akira Kurosawa had Leone een proces aangedaan wegens inbreuk op het copyright. Niet onterecht, trouwens: 'Yojimbo' was nergens vermeld als inspiratiebron voor 'A Fistful of Dollars' en Kurosawa had nooit contact gehad met Leone of zijn medewerkers over de film. Kurosawa werd in het gelijk gesteld en verdiende meer aan 'A Fistful of Dollars' dan hij ooit aan één van zijn eigen films had overgehouden.

Hoe het ook zij, net zoals al zijn volgende westerns, vertrok 'For a Few Dollars More' met een originele plot, die veel eenvoudiger was dan die van 'A Fistful of Dollars'. De intrige is eigenlijk heel simpel en welbeschouwd gebeurt er veel minder dan in de vorige film. Maar waar 'Fistful' een zuinige 96 minuten duurde, neemt Leone er ditmaal wel veel meer zijn tijd voor, door dat verhaal te rekken over 126 minuten. Die trend zou zich voortzetten: 'The Good, the Bad and the Ugly', 'Once Upon a Time in the West' en (de volledige versie van) 'Duck, You Sucker' duurden allemaal meer dan twee uur en een half, terwijl hun verhalen die lengte eigenlijk niet nodig hadden. Meer en meer gebruikte Leone de intriges van zijn films als kapstokken om lang uitgerekte situaties aan op te hangen. Situaties die soms vijf, tien minuten of zelfs langer duurden, zonder daarom rechtstreeks invloed uit te oefenen op de plot. In 'A Fistful of Dollars' was elke scène rechtstreeks relevant voor het verhaal, elke scène droeg iets bij. Dat werd steeds minder het geval in Leone's film, die epischer werden naargelang hun verhalen werden teruggevijzeld tot het hoogstnoodzakelijke.

Neem bijvoorbeeld de eerste twintig minuten: die dienen enkel om de twee bounty hunters voor te stellen. De plot begint pas daarna, met de ontsnapping van El Indio. Leone gunt zichzelf de luxe van die 20 minuten, alleen maar om sfeer te zetten, de toon van zijn film duidelijk te maken en de personages te introduceren. Niet dat daar op zichzelf veel werk aan is: Eastwood speelt een ander personage dan in 'Fistful', maar dat maakt eigenlijk weinig uit. Hij is opnieuw hetzelfde archetype: de zwijgzame loner die enkel uit is op geld en zich van moraliteit niet veel aantrekt. Lee Van Cleef, een acteur die tot dan toe nog nooit een grote rol had gespeeld in een film maar meestal één van de naamloze slechteriken in Amerikaanse westerns was, gebruikt zijn indrukwekkende kop, met oogjes die continu ironisch lijken te blinken, om een enigmatisch personage neer te zetten. Tijdens het eerste half uur weten we niet of hij nu een goeie of een slechte is, maar het is wel duidelijk dat hij, in tegenstelling tot het Eastwood-personage, ouder, wijzer en bedachtzamer is. Naarmate de film vordert, ontwikkelen de twee een soort vader-zoon-relatie, met als ultiem moment van male bonding een scène waarin ze samen appels uit een boom schieten. Gezellig.

Vrouwen blijven zeldzaam in Leone's westerns - in 'Fistful' had je Marianne Koch als een soort Madonnafiguur, hier blijft hun aanwezigheid beperkt tot een prostituee hier en daar of een komisch bedoelde hotelmadame. De spaghettiwesterns zijn jongensfilms, die op emotioneel vlak zijn blijven steken op het niveau van een tienjarig kereltje dat kussen en meisjes in het algemeen maar vies vindt. Leone en zijn films voelen zich pas comfortabel wanneer het gaat over mannen onder elkaar. Sommige critici hebben daar al een homo-erotische subtekst in willen zien, maar ik geloof nooit dat Leone dat bedoeld had. Zijn films bestaan op een aseksueel, of zelfs preseksueel niveau. De enige scène van reële seksualiteit in de hele film, is een verkrachtingspoging die eindigt in een zelfmoord - seks komt er niet van, omdat het wordt verstoord door geweld, een daad waar Leone zich gemakkelijker bij voelt.

Op technisch vlak voelt de regisseur zich hier duidelijk beter in zijn vel. Hij weet ditmaal meer waar hij mee bezig is, wat zich laat voelen in het doordachte tempo en vooral de bijzonder sterke montage. Leone introduceert bewust verwarrende flash-backs, waarvan we pas tegen het einde te weten komen wat die betekenen, hij rekt de duels nóg langer uit, met nog meer close-ups en er zit een geweldige scène in, waarin hij over en weer cut tussen close-ups van Mortimer en de wanted-poster van El Indio: de beelden krijgen daar bijna een stroboscopisch effect dat voor zijn tijd erg gewaagd was. En over dat alles ligt natuurlijk de muziek van Ennio Morricone, die nog epischer en experimenteler is geworden. Het mannenkoor en de herkenningsmuziekjes voor alle drie de hoofdpersonages worden hier consequent aangewend om de spanning op te drijven, zelfs wanneer er eigenlijk niets gebeurt.

Waar 'For a Few Dollars More' wel in de fout gaat, is in zijn gebruik van humor. Leone heeft zijn tongue hier firmly in cheek, en laat ons weten dat het eigenlijk allemaal maar om te lachen is door regelmatig kluchtige scènes in te lassen met ongelukkige hotelbedienden, telegrafisten en ga zo maar door. Leuk geprobeerd, maar de humor is soms zo over de top dat ze de sfeer van de film doorbreekt. Let op een scène waarin Eastwood met een oude man gaat praten, die onophoudelijk klaagt over het lawaai van de passerende treinen. Die man trekt bekken en gesticuleert als een wilde, in naam van de gulle lach. Een lach die bij mij maar niet wilde komen. Als er droge humor bestaat, is het tegenovergestelde dan natte humor? Wel, laat ons zeggen dat 'For a Few Dollars More' dan natte humor bevat. Kletsnatte humor.

In ieder geval toont deze tweede spaghettiwestern een regisseur die zijn stem gevonden had. De positieve kanten van zowel 'A Fistful of Dollars' als 'For a Few Dollars More' zouden zich vervolgens combineren in Leone's eerste volbloed meesterwerk, 'The Good, the Bad and the Ugly'.

E-mailadres Afdrukken
 
For a Few Dollars More
Italië - Spanje - Duitsland / 1965
Met: Clint Eastwood; Lee Van Cleef; Gian Maria Volonté; Klaus Kinski
Duur: 126 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST