Banner

A Fistful of Dollars

7.0
Dennis Van Dessel - 08 november 2009




Regie : Sergio Leone
Scenario : Victor Andrés Catena, Jaime Comas Gil, Sergio Leone
Met : Clint Eastwood, Gian Maria Volonté, Marianne Koch, José Calvo e.a.

Er zijn niet veel boeken die zo invloedrijk zijn geweest op de filmgeschiedenis als 'Red Harvest' van Dashiell Hammett. De nu nog weinig gelezen roman was een hard boiled thriller over een detective die betrokken raakt in een bendeoorlog en de beide partijen tegen elkaar uitspeelt. Begin jaren zestig gebruikte Akira Kurosawa het boek als inspiratiebron voor één van zijn beste (en in ieder geval één van zijn meest plezierige) films, 'Yojimbo'. Kort nadien volgde Sergio Leone met 'A Fistful of Dollars', een remake van Kurosawa's film die meteen het eerste internationaal succes betekende voor de spaghettiwestern. En vele jaren later, in 1996, volgde dan ook nog eens Walter Hills 'Last Man Standing', een mislukte poging om Leone's versie nog eens dunnetjes over te doen. Van de drie films is 'Yojimbo' de beste, maar 'A Fistful of Dollars' ongetwijfeld de meest invloedrijke, omdat hij een genre op gang bracht dat tot vandaag graag gezien wordt en hedendaagse filmmakers inspireert (kijk maar naar Quentin Tarantino, Robert Rodriguez en anderen), én omdat hij de carrière van zowel Sergio Leone als componist Ennio Morricone als hoofdrolspeler Clint Eastwood definitief lanceerde. Alle drie de mannen hadden natuurlijk al wel eerder werk gedaan (vooral Eastwood had al enige populariteit in Amerika door de tv-serie 'Rawhide'), maar 'A Fistful of Dollars' tilde hen sowieso een sport of twee, drie hoger op de ladder.

Het verhaal draait rond een mysterieuze vreemdeling (Clint Eastwood) die op een dag, ergens rond het jaar 1870, terecht komt in het Mexicaanse dorp San Miguel. Het stadje wordt geterroriseerd door twee rivaliserende bendes: de families Baxter en Rojo, die in hun strijd om controle niet kijken op een lijk meer of minder. De Man With No Name (zoals de Amerikaanse promotiecampagnes hem noemden) ruikt geld in de situatie, en besluit dan ook zijn diensten als gunslinger aan te bieden aan de familie Rojo. Aanvankelijk lijkt hij enkel geïnteresseerd in geld, tot hij er achter komt dat Ramón (Gian Maria Volonté), de baas van de Rojo's, een onschuldige vrouw, Marisol (Marianne Koch) gevangen houdt. De raadselachtige cowboy voelt opeens toch zijn moraliteit opspelen.

Wanneer er over westerns geschreven wordt, heeft men het dikwijls over de "mythologisering van het Oude Westen", maar wat daar vaak niet wordt bij verteld, is dat die historische periode, en de figuren die er in rondlopen, op twee verschillende manieren door de cinema in mythes zijn veranderd. Vanaf de jaren dertig had je de typische Amerikaanse westerns, met John Wayne, Henry Fonda, James Stewart en anderen als nobele helden, beschermers van weduwen en wezen tegen allerlei soort gespuis. Deze films hadden een simplistisch moreel perspectief: de held droeg een witte hoed, de slechte een zwarte hoed en daarmee uit. In een (wellicht onbewust) racistische reflex waren de goeien daarbij meestal blanke soldaten, Yankees, terwijl de slechteriken maar al te vaak Mexicanen of Indianen waren.

Toen kwam er in de jaren zestig echter de Europese western, de spaghettiwestern, en werd er een nieuwe mythe gecreëerd, die niet zozeer complexer was als wel gewoon ànders. De Man With No Name is een veel meer ambigu persoon, die zich aanvankelijk geen bal aantrekt van de problemen in San Miguel, maar gewoon een financiële slag wilt slaan. Pas tegen het einde van de film raakt hij, dik tegen z'n zin, moreel betrokken. Hij is wel nog een Amerikaans archetype, in de zin dat hij de ultieme individualist is: hij rijdt op z'n eentje de film binnen en buiten, zegt niet veel en toont nooit emoties. Wat daarom nog niet wilt zeggen dat de spaghettiwestern diepzinniger is dan de klassieke "witte hoed, zwarte hoed"-Amerikaanse variant. Aan psychologisering doet Leone immers absoluut niet mee. We komen letterlijk niks te weten over Eastwoods personage. Maar één keer verwijst hij naar iets dat in het verleden is gebeurd. Wanneer Marisol hem vraagt waarom hij haar helpt, antwoordt hij: "Ik heb vroeger al iets gelijkaardigs zien gebeuren. Toen kon ik er niets aan doen." En dat is het dan, tot zover de psychologische uitdieping. Leone wilt hier geen individu creëren, maar een archetype, en zoals alle archetypes is hij per definitie oppervlakkig geschetst.

Daaraan gekoppeld krijgen we in 'A Fistful of Dollars' voor de eerste keer de eigenaardige mix van grimmig realisme en over de top-effecten. Wanneer Clint Eastwood in elkaar geslagen wordt tijdens de laatste akte van de film, dan is dat geen mooi zicht: hij bloedt (ooit John Wayne zien bloeden?), kruipt over de grond, er worden sigaren op zijn hand uitgedrukt en ga zo maar door. Het geweld in 'A Fistful of Dollars' was voor die tijd grensverleggend. Maar anderzijds is alles er ook een eind over. De schurken zijn baarlijke duivels, die wild kakelend lachen telkens ze iemand neerschieten of martelen. De geluidseffecten lijken wel duizendmaal versterkt (je hoort het van een kilometer afstand telkens iemand zijn pistool op scherp zet) en het einde speelt zich af in een theatrale alternatieve werkelijkheid, waarin de schurk niet eens op het simpele gedacht komt om Eastwood voor z'n kop te schieten, in plaats van op zijn romp. Sergio Leone creëert een eigen universum in zijn spaghettiwesterns, waarin realisme en overdrijving elkaar niet uitsluiten.

Gekoppeld daaraan zijn er dan ook de beruchte shoot-outs, die hier nog niet zo lang worden uitgerekt als in de andere twee films uit de 'Dollars'-trilogie. Leone maakt de geografie van zijn scène duidelijk in een wide shot, waarna hij close-ups toont van alle betrokken personages. Daarna gaat hij terug naar zijn wide shot, en meestal volgt er dan nog een rondje close-ups, voordat de actie eindelijk losbarst. In 'For a Few Dollars More' en vooral in 'The Good, the Bad and the Ugly' zou hij daar nog schaamtelozer in worden en er nog eens extreme close-ups, van enkel de ogen, tussengooien, gewoon om het langer te rekken, om zijn publiek te doen afzien. Ondertussen is er dan de bewust melodramatische muziek van Morricone om het allemaal nog theatraler te maken - opnieuw een element dat hier al duidelijk aanwezig is, maar in de volgende films nog verder uitgebreid zou worden.

Niet dat 'A Fistful of Dollars' helemaal zonder fouten is. Het verhaal vertoont hier en daar wel wat hiaten (waar zijn bijvoorbeeld de gewone mensen van dat dorp?) en, gelijkaardig aan de twee volgende films, blijf ik me storen aan de soms bizar slechte dubbing - let vooral op een scène waarin een huilend kind met wijd opengesperde mond er in slaagt om de volzin: "Why can't I see my mommy" uit te spreken. Andere mensen moeten daarvoor articuleren, die kleine blijkbaar niet. En bovendien zie je duidelijk dat Leone zijn vakmanschap nog aan het bijschaven was - als je deze vergelijkt met zijn volgende, 'For a Few Dollars More', dan zie je toch dat hij op nauwelijks een jaar tijd veel meer gepolijst en zelfverzekerd te werk ging.

Niettemin vertegenwoordigt 'A Fistful of Dollars' een belangrijk moment in de filmgeschiedenis en blijft het een eindeloos onderhoudende, iconische prent die iedereen die zichzelf ook maar een beetje een filmliefhebber wilt noemen, gezien moet hebben.

E-mailadres Afdrukken
 
A Fistful of Dollars
Italië-Spanje-Duitsland / 1964
Duur: 96 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST