Banner

Beetlejuice

7.0
Dennis Van Dessel - 16 februari 2008




't Is vreemd hoe acteurs soms een film kunnen domineren waar ze niet eens een hoofdrol in spelen. Michael Keaton is maar een goed kwartier lang in beeld in 'Beetlejuice', maar met zijn showstelende bijrol als kolerieke, agressieve, geile geest is hij het wel die mensen zich herinneren. Als je vermeldt dat Geena Davis en Alec Baldwin er de hoofdrollen in spelen, kijken de meeste mensen verbaasd op - dat waren ze helemaal vergeten. Na zijn bescheiden debuut met 'Pee Wee's Big Adventure' betekende 'Beetlejuice' Tim Burtons doorbraak als regisseur. De eerste keer dat hij een project realiseerde dat helemaal van hemzelf was. Wat al latent aanwezig was in 'Pee Wee', kwam hier helemaal tot uiting op een manier die nog altijd herkenbaar is. De kleurrijke sets, de vreemde creaturen, de invloeden van stripverhalen en Duits expressionisme - het is er allemaal al. En Michael Keaton, natuurlijk, die is er ook, als de ranzigste hoerenloper van het hiernamaals.

Davis en Baldwin spelen Barbara en Adam, een ietwat saai plattelandskoppel. Hij houdt zich bezig met zijn modelhuisjes, zij spendeert het grootste deel van de dag met haar groeiende kinderwens. Niet echt opwindend, maar hun leven wordt een stuk interessanter wanneer het plots ophoudt - na een dom auto-ongeluk komen Adam en Barbara tot de ontdekking dat ze dood zijn, en voortaan veroordeeld tot hun eigen huis. Het duurt niet lang voordat ze gezelschap krijgen van nieuwe bewoners. Charles en Delia (eighties-iconen Jeffrey "Bueller!" Jones en Catherine 'Home Alone' O'Hara) zijn een schijnbaar harteloos, uitsluitend door heb- en praalzucht gedreven echtpaar, waar hun verveelde gothic dochter Lydia (een piepjonge Winona Ryder) achter aansleft. Tegen Lydia heeft het pas overleden koppel niets, maar haar ouders moeten natuurlijk stante pede het huis uitgepest worden. Nadat een bezoekje aan hun stervensconsulente (een geweldige Sylvia Sidney) weinig blijkt uit te halen, besluiten ze de hulp in te roepen van Beetlegeuse (Keaton), een klopgeest met adhd en een slecht karakter.

Alle dada's van Tim Burton zijn hier al aanwezig: een fascinatie met de dood en wat daarna komt, een voorliefde voor personages die zich buitenstaanders voelen (niet alleen Beetlegeuse zelf, maar vooral ook de eenzame Lydia, die beter met de spoken kan communiceren dan met haar eigen ouders), en een affiniteit met monsterachtige personages. Burton heeft altijd al genoegen geschept in het idee een doodnormale wereld te nemen, bij voorkeur ruraal Amerika, en daar dan zijn lichtjes perverse visie op te geven. Na 'Beetlejuice' zouden ook 'Edward Scissorhands' en 'Big Fish' zich daar nog afspelen. Het is de meest banale omgeving die je je maar kunt indenken, waar elk huisje op elk ander lijkt en de stelletjes zo voorbeeldig zijn dat je er bijna schrik van zou krijgen. Het is Norman Rockwell-Amerika. En in die omgeving situeert Burton dan zijn fantasieën, die soms grotesk zijn, soms psychedelisch, soms gewoon komisch, maar in geen enkel geval normaal. De reden waarom die verhalen wérken, is omdat Burton die tegenstelling tussen de banale Amerikaanse voorsteden en zijn eigen bizarre verbeelding nooit gebruikt om die voorsteden belachelijk te maken. Geena Davis en Alec Baldwin zijn nooit schertsfiguren, net zoals Dianne Wiest in 'Edward Scissorhands' een sympathiek personage was. Wat hij wél doet met die fantasie, is simpelweg pleiten voor een open geest. In 'Beetlejuice' is die thematiek nog maar in aanleg aanwezig; ze zou veel sterker naar voren komen in 'Edward Scissorhands', 'Ed Wood' en 'Big Fish': het is oké om normaal te zijn, maar zorg er gewoon voor dat je nooit zó normaal wordt dat er geen ruimte meer is in je kop voor het buitengewone, het andere.

Je zou een hele bespreking kunnen vullen alleen door het over het ontwerp van de film te hebben. Het hiernamaals van 'Beetlejuice' ziet eruit als de LSD-droom van een underground striptekenaar. Invloeden van wat we hier te zien krijgen, zouden trouwens heel duidelijk doorsijpelen in 'The Nightmare Before Christmas', vele jaren later. We krijgen decors in felle primaire kleuren (hop, een kledder groen, kwak, een emmer rood), asymmetrische sets die bewust schots en scheef staan (let op de deuren) en bovenal een hele resem eigenaardige creaturen - een blauw geschminkte dame die in tweeën werd gezaagd en wiens onderste helft nu naast haar bovenste helft op de sofa zit. Een man met een hoofd dat tot ruwweg de omvang van een pingpongbal is gekrompen. Om nog maar te zwijgen van Beetlegeuse zelf, die met z'n witte make-up en ontplofte kapsel de bastaardzoon lijkt van Gene Simmons en Johnny Rotten.

De sets zijn, net als de andere films van Burton, sterk beïnvloed door het Duits expressionisme van de jaren twintig. Bekijk voor de lol maar eens 'Das Cabinet des Dr. Caligari' en een Tim Burtonfilm na elkaar (zeker één van de 'Batmans'). De gelijkenissen zijn ontzagwekkend. De schepsels zijn dan weer allemaal gefabriceerd uit tegenwoordig gedateerde, maar toch charmante fysieke special effects. Dit waren de tijden voor CGI, en dat merk je. Overal zie je stop motion en figuren die er uitzien alsof ze van papier maché of klei werden gemaakt. In andere films zou dat misschien storen, maar hier creëert Burton sowieso al een wereld die erg artificieel is. In die context hebben de effecten iets aandoenlijk ambachtelijks.

Met al dat zou je bijna vergeten dat 'Beetlejuice' ook gewoon een erg grappige film is. We krijgen een milde satire op het typische jaren tachtig "ikke eerst" materialisme, die ongegeneerd naast de woeste slapstick mag staan van een uitzinnige Michael Keaton. Persoonlijk hou ik meer van de fijnere momentjes tussen Catherine O'Hara en Jeffrey Jones, maar het valt op dat de film die beide vormen van humor erg makkelijk weet te dragen, zonder dat het vloekt. De absolute showstopper blijft echter de onvergetelijke 'Day-oh'-scène, één van de beste uit Burtons carrière.

Niet dat 'Beetlejuice' zijn beste film is. Daarvoor ontbreekt het de prent toch aan emotionele connectie. Adam en Barbara zijn nooit echt interessante personages, en ook de plot voelt te veel aan als een excuus voor Burton om zijn visuele duivels los te laten. Het design en de effecten, hoe goed ze ook zijn, staan niet ten dienste van het verhaal. Eerder omgekeerd. Je kijkt ernaar en je amuseert je enorm, maar eens het gedaan is, blijf je inhoudelijk met bitter weinig over. Je praat over de vertolking van Michael Keaton en natuurlijk over de look van de hele prent - vooral daarover. Maar de personages kunnen je uiteindelijk maar weinig schelen.

Da's jammer, maar goed, zo lang je je die 90 minuten lang al amuseert en je daar bovenop ook nog eens die visuele pracht en praal krijgt, heb je eigenlijk weinig reden tot klagen. Om nog maar te zwijgen van het plezier dat je kunt putten door de volgende dag op kantoor op een onverwacht moment plots luidkeels "Daaaay-oh!" te roepen.

E-mailadres Afdrukken
 
Beetlejuice
USA / 1988
Regie: Tim Burton
Scenario: Michael McDowell
Met: Alec Baldwin; Geena Davis; Winona Ryder; Michael Keaton; Catherine O'Hara; Jeffrey Jones
Duur: 90 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST