Banner

Batman

6.5
Peter De Backer - 16 februari 2008

Voordat Christopher Nolan The Dark Knight in de grauwe realiteit plaatste als een pisnijdige vigilante, drukte Tim Burton eind jaren tachtig zijn unieke stempel op één van de populairste striphelden uit de comic-book-geschiedenis. Warner Bros was er al aan bezig sinds het immens succesvolle 'Superman' van Richard Donner eind jaren zeventig, maar het heeft een dik decennium voeten in de aarde gehad vooraleer Bob Kane's gevleugelde wraakheld terug over het scherm kon fladderen. Dat was de eerste keer sinds Adam West ultracamp herdefineerde met een spannend paars spandexbroekje. Het was een belangrijke maar risicovolle film voor outsider Burton, die net twee zéér oncommerciële projecten, 'Pee-wee's Big Adventure' en 'Beetlejuice', kon omzetten in machtige dollars. De studio raakte geïntrigeerd en Burton mocht zijn ding doen met wat niet veel later zou uitgroeien tot één van de invloedrijkste iconen van de moderne zomerblockbuster. Hij heeft zich wat moeten inhouden en was duidelijk nog wat onwennig met de grootsheid van zo'n megabudgetproject, maar de kassa rinkelende oorverdovend en Burton had zijn weg gevonden naar het grote publiek zonder zijn zwartgeblakerde ziel te verkopen.

Gotham City is in de greep van de toenemende criminaliteit. De ontwrichte metropool wordt geleid door mobster Grissom (badass Jack Palance), terwijl de autoriteiten (Billy 'Lando Calrission!' Dee Williams als openbaar aanklager, het blijft wennen) machteloos moeten toekijken hoe Gotham ten prooi valt aan corruptie en verloedering. Maar net wanneer de stad volledig ten onder lijkt te gaan, doemt een mysterieuze figuur op in de schaduw. Batman, het gevleugelde alter ego van miljonair Bruce Wayne (Michael Keaton) trekt als wraakengel door de mistige nacht om het recht te laten geschieden. Maar kan de stad nog gered worden wanneer The Joker, een in lavendelkleuren uitgedoste clown annex psychopaat, zijn zinnen zet op Gotham? Een gruwelijk verminkte maniak die ook interesse lijkt te hebben voor Vicky Vale (een eerder fletse Kim Basinger), een fotojournaliste die zowel aanpapt met Bruce Wayne als met Batman. De sloerie. Tussen de fronsinducerende traumaflashbacks door, gaat Batman de strijd aan met The Joker en zijn evil Princeliedjes.

Toen 'Batman' eind jaren tachtig een niet geheel onverwachte stormloop veroorzaakte naar de bioscopen, juichten de Batfans euforisch omdat hun favoriete superheld eindelijk eerherstel kreeg na de campy behandeling in de jaren zestig. Het was een terugkeer naar de roots zoals bedenker Bob Kane ze voor ogen had, beïnvloed door de revisionistische graphic novels van Frank Miller uit de jaren tachtig. Nu was 'Batman' inderdaad een donkere, broeierige en atypische blockbuster voor zijn tijd (hij kreeg zelfs een KNT-label in België, stel je voor), maar beweren dat 'Batman' niet campy is, staat zo'n beetje gelijk aan zeggen dat Jack Nicholson een sobere vertolking neerzet als Batmans nemesis The Joker. Het is gewoon geslaagde camp, die intelligent en met veel panache tot leven wordt gebracht binnen een volledig op zichzelf staand universum waarin Burton met de gotische scepter zwaait. Voor foute Batmancamp moet je bij Joel Schumacher en zijn rubberen tepels zijn. Neen, 'Batman' is een dark and twisted modern sprookje met de nodige overdreven theatrale pathos (let op de eerste scène met Batman, waar hij nog angst aanjaagt door gewoon zijn vleugels te spreiden) die de inhoudelijke oppervlakkigheden compenseert met een indrukwekkende visuele stijl, regelrecht uit de donkere koker van Tim Burton.

Samen met fotograaf Roger Pratt (ook al verantwoordelijk voor de visionaire cinematografie van Gilliams 'Brazil') en designer Anton Furst, trok Burton naar de Pinewoodstudio's om een uniek decor voor de vigilante met een vleermuisfetisj te creëren. Jack Nicholson mag dan wel de show stelen als The Joker, het is Gotham City dat een blijvende indruk achterlaat. Als een uit het vagevuur opgestegen poort naar de onderwereld is deze gothische versie van New York een esthetisch genot om naar te kijken. Een surrealistische koortsdroom van een overgeïndustrialiseerde stad die zowel invloeden haalt uit het Duitse expressionisme (echo's van Fritz Langs 'Metropolis' galmen in de gevaarlijke steegjes), de gangsterfilms van de jaren dertig en operadecors waar je met veel gemak een Wagnerspektakel rond kan bouwen. De manier waarop Burton zijn camera en Batman begeleidt tussen de gebouwen is ronduit adembenemend en versterkt het unieke sfeertje dat zo eigen is aan de Batmanfilms van Burton. Vooral de finale in de klokkentoren van een kathedraal is een bijzonder knap culminatiepunt (met een knipoog naar 'Vertigo') van Burtons visuele genie. Voeg daar de iconische en onmisbare soundtrack van Danny Elfman aan toe en de visueel-auditieve ervaring kan niet meer stuk.

Dankzij de krachtige dynamiek tussen de centrale antagonisten, Batman en The Joker, verzuipt 'Batman' echter nooit in de overgestileerde decors. De op papier nogal saaie Batman wordt fris vertolkt door een uitstekende Michael Keaton, maar ook als Bruce Wayne maakt Keaton indruk met een licht-neurotische interpretatie van de getraumatiseerde miljonair. Keaton moet veel van zijn screentime afstaan aan Nicholson, maar zijn priemende ogen blijven minstens even lang op het netvlies hangen als de maniakale lach van The Joker. Maar uiteindelijk is 'Batman' wel degelijk de grote Jack Nicholson show geworden. Batman is de ondankbare rol, terwijl Nicholson zich volledig mag laten gaan (zelden was overacting zo verantwoord) met de leukste scènes (het reclamespotje!), de beste oneliners ('have you ever danced with the devil by the pale moonlight?') en extravagante gadgets (het pistool met de lange loop). Je zou je bijna beginnen ergeren aan zijn scene chewery, mocht het niet zo ongelooflijk plezant zijn om naar te kijken.

Minpunten zijn er ook. Als eerste deel van een grootse franchise moest Burton zijn tijd nemen om de personages en situaties te introduceren en dat zorgt sporadisch voor een slepend moment die de op zich ook niet al te fantastische plot lamlegt. Ook lijkt hij zich nog niet volledig op zijn gemak te voelen met actiescènes (net zoals Nolan bij 'Batman Begins'), waardoor de set-pieces ontegensprekelijk knap in beeld zijn gezet maar nooit echt opwinding teweegbrengen. Maar de grootste eeltknobbel aan een voor de rest meer dan behoorlijke franchisestarter is de onfortuinlijke keuze geweest om een paar halfzachte en compleet gedateerde Princeliedjes op de soundtrack te zetten. Damn you eighties!

'Batman' zou uiteindelijk zowel één van Burtons belangrijkste (carrièregewijs dan toch) als minst persoonlijke films worden. Zijn typische trademarks zijn aanwezig, de gotische herinterpretatie van het Batman-universum is ronduit fantastisch en Jack schmiert als een maniak, maar je voelt ook dat de studiobonzen een creatieve Burton stevig in het gareel hielden met het oog op een veilige event movie. Gelukkig werd 'Batman' één van de meest succesvolle blockbusters aller tijden (om van de afgeleide merchandiselijn nog maar te zwijgen) en kreeg de regisseur veel meer vrij spel tijdens het draaien van de superieure sequel. Deze keer zonder het gekweel van de paarse prins.

E-mailadres Afdrukken