Banner

Blog Bifff 2019

Yirka De Brucker; Vanity Celis; Dieter Vanden Bossche; David Vanden Bossche - 09 april 2019
alt

Op de 37ste editie van het Brussels International Fantasy, Fantastic, Thriller and Science Fiction Film Festival geen cultureel snobisme of pseudo-intellectuelen, maar wel pure, onbeschaamde liefde voor genrefilms. Naast een enorme variëteit aan films die maatschappelijke debatten reflecteren is er ook plaats voor onversneden fun op een van de spannendste filmfestivals wereldwijd.

Sinds 1983 is het BIFFF een vurig voorvechter van genrefilms. Wie denkt dat horror, fantasy en sciencefiction geen grootse cinema kunnen voortbrengen, moet dringend eens naar dit fantastische filmfestival afzakken. In de genres die hier centraal staan, komen populariteit en kwaliteit samen. Het programma is uiterst gevarieerd en binnen elk genre bestaat er een enorme diversiteit aan films. Daarbij vindt het festival plaats in de Bozar, en het contrast tussen alle vreemde wezens en de art-nouveauzalen van Horta is bevreemdend en surrealistisch. Ja, de monsters en vampieren uit uw duisterste nachtmerries lopen er werkelijk rond.

Het beste middel tegen angst is humor. Dat hebben de BIFFF-gangers goed begrepen: om het festival te overleven moet er veel gelachen worden. Voor de film begint, moeten de aanwezige regisseurs onder grote druk van de toeschouwers hun stembanden gebruiken, want het BIFFF-publiek eist zelfs van de meest gerenommeerde cineasten “une chanson!”.

Genrecinema (en zeker thriller, sciencefiction en horror) heeft onze maatschappij meermaals een spiegel voorgehouden. Achter de fictie en fantasie gaat veel vrijheid van spreken schuil. Ook dit jaar reflecteert de selectie duidelijk de hedendaagse maatschappelijke debatten. Zo zijn feminisme, ecologische crisissen en het gevaar van de sociale media, jaarlijks terugkerende thema’s.En toch is het BIFFF ook gewoon pure fun, een festival waarop je luidkeels kan meeroepen en -lachen met het bacchanaal van bloed, rondvliegende ledematen en vreemde orgieën.

In de marge van het festival, zijn er uiteraard opnieuw de vaste waardes zoals de Fantasy and Manga Market met posters, strips en dvd's, de BIFF Market, een Bodypainting Contest, een Make-up Contest en een Art Contest.(YDB)

Dinsdag 9 april

Een aantal films kregen onze recensenten reeds te zien en die geven we u vandaag reeds kort mee, in afwachting van de opening vanavond: de remake van Mary Lamberts Pet Semetary. Zoals elk jaar worden op het BIFFF ook prijzen uitgereikt door verschillende jury's. Meest bekende naam daarin is dit jaar die van Patrick Duynslaegher, voormalig recensent bij Knack en tot voor kort artistiek directeur bij het Film Fest Gent. Minstens even belangrijk voor Enola, is echter de aanwezigheid van onze collega Yirka De Brucker, die in de persjury zetelt en die dus mee zal instaan voor de keuze van de persprijs.Ook van haar kan u regelmatig een update verwachten over het reilen en zeilen van het festival.(DVB)

Soy Tóxico

alt

In 2004 hadden de Argentijnse filmmakers Pablo Parés en Daniel de la Vega een idee voor een zombiefilm, die uiteindelijk nooit gedraaid werd. Ook de comics die Diego Parés – broer van – uitwerkte rond hetzelfde gegeven, kwamen nooit echt van de grond en bleven in de beginfase steken. In 2018 slaagde het drietal er in om via het in horror gespecialiseerde ‘Del Toro Films’ dan toch uiteindelijk het project te realiseren. Het antwoord op de vraag of het resultaat al die energie en het wachten nu uiteindelijk is waard geweest, is helaas negatief. Soy Tóxico mag dan een paar bescheiden kwaliteiten hebben, uiteindelijk is dit niet meer dan een zoveelste weinig geïnspireerde zombieprent, die de creativiteit mist om ook echt iets toe te voegen aan het genre.

De uitgestrekte vlaktes van Argentinië mogen ditmaal fungeren als achtergrond voor een apocalyps, die van de mensheid gemuteerde dwalers maakt, waarnaar de overlevenden refereren als ‘de uitgedroogden’. Een groepje van die overlevenden – waaronder een wat vreemd doofstom meisje – stuit op een besmette man die duidelijk een aantal geheimen met zich meedraagt. De plot – een epidemie en een slachtoffer dat zich niet alles meer kan herinneren – doen vaagweg denken aan het gelijkaardige, maar véél sterkere Open Grave van Gonzalo López-Gallego. Voor de vormgeving hebben de makers dan weer heel erg goed gekeken naar Mad Max en The Walking Dead.

Voor een film die zichzelf voordoet als een rebels en eigenzinnig, persoonlijk werkstukje, gaat het er dan ook erg braafjes en routinematig aan toe en wordt er wel heel erg netjes binnen de lijntjes van het genre gekleurd. Alles wat aan bod komt in Soy Tóxico zal u wel al eens elders gezien hebben, waardoor dit niet meer dan een wat zielloze kopie is van veel beter filmwerk.(DVB)

Soy Tóxico, Argentinië – 2018, Regie: Daniel de la Vega en Pablo Parés, Acteurs: Fini Bocchino, Gastón Cocchiarale, Horacio Fontova, 83 minuten, Score: 4/10

Cities of Last Things

altCities of Last Things opent met een beeld van een flatgebouw waar een man van afspringt. Zijn hoofd slaat te pletter op de camera en het bloed vult het hele scherm. Welkom in het door electronica gedirigeerde Taiwan van de nabije toekomst, waar zelfmoord een groot probleem blijkt te zijn (of zo leren we toch uit de indoctrinerende berichten die burgers aanzetten tot het vermijden van zelfdoding).

De camera pikt vervolgens een man op die langs het drama loopt en die uiteindelijk ook zichzelf van het leven zal beroven. In drie delen volgen we welke elementen hem zullen aanzetten tot de radicale stappen die hij onderneemt net voor hij sterft. De verhalende structuur en de diepe, langoureuze melancholie die alle gebeurtenissen tekenen, maken van Cities of Last Things een film die heel erg dicht aanleunt bij het universum van Wong Kar-Wai. Ook de nachtelijke decors en de zwijgzame personages, zijn duidelijk schatplichtig aan diens werk. Toch weet regisseur Wi Ding Ho te vermijden dat dit louter een pastiche wordt. Dat is zeker gedeeltelijk te danken aan DOP Jean-Louis Vialard (die mee tekende voor de bedwelmende fotografie van Apichatpong Weerasethakuls Tropical Malady) , die filmde op afgedankte 35 mm Fuji film en daarmee een geheel unieke visuele stijl schenkt aan het materiaal. De grote korrel en gedempte kleuren verlenen een bijna efemere esthetische kwaliteit aan de beelden en zorgen ervoor dat alles als een ongrijpbare droom aanvoelt.(DVB)

Cities of Last Things, Taiwan/China/Usa/Frankrijk – 2018, Regie: Wi Ding Ho, Acteurs: Lu Huang, Kuo-Chu Chang, Louise Grinberg, 107 minuten, Score: 8/10

Pet Sematary (2019)

alt

Het BIFFF is een eigenzinnig festival en de keuze om Pet Sematary als openingsfilm te programmeren is dan ook redelijk moedig. Pet Sematary van Kevin Kölsch en Dennis Widmyer is immers niet enkel gebaseerd op het gelijknamige boek van Stephen King, maar werd ook reeds verfilmd in 1989 door Mary Lambert (gevolgd door het inferieure Pet Sematary II, een film waarvan we het bestaan maar op vriendelijke wijze zullen ontkennen). Beide werken – literatuur en film – hebben dan ook een behoorlijke status, zeker in de wereld van het BIFFF. Er moet altijd voorzichtig omgegaan worden met de resurrectie van originelen, want als de remake dood herrijst (pun intended) zijn de reacties vaak navenant. Pet Sematary is een van Kings thematisch meest duistere verhalen, dat hij schreef nadat zijn zoon bijna werd overreden door een voorbijrazende truck en het boek gaat dan ook over verlies en de dood van een kind. Misschien is het wel precies omdat deze angst om dergelijk verlies de kern vormt van veel van het werk van de auteur, dat er steeds opnieuw verfilmingen van gemaakt worden?

De verfilming van Kölsch en Widmeyer kopieert oorspronkelijk slaafs het origineel, alleen blijken de suspense en de begeestering uit de versie van Lambert lijken hier grotendeels te zijn verdwenen. De film vinkt nogal overhaast en terloops de noodzakelijke momenten af die nodig zijn om mee te zijn met het verhaal. Voor wie er nog niet meer vertrouwd is : Pet Sematary handelt over Dr. Louis Creed en zijn vrouw Rachel die van de grote stad met hun twee kinderen naar Maine verhuizen (King territorium, Rachel draagt op een bepaald moment ook een T-shirt met ‘Maine’ opschrift) om hier een rustiger leven te kunnen leiden. Bijzonder goed geïnformeerd over de nieuwe woonst blijken ze echter niet te zijn: er is niet alleen de gevaarlijke – en voor huisdieren vaak dodelijke – weg naast het huis, in de achtertuin blijkt zich ook ene mysterieus kerkhof te bevinden waar de dieren begraven worden. Een grote sprokkelhouten muur verhult bovendien nog een andere plaats die lichtjes gezegd van een heel andere orde is.

Het origineel uit 1989 van Mary Lambert mag dan wel geen meesterwerk zijn zoals pakweg The Shining (Stanley Kubrick) of Carrie (Brian De Palma), het blijft een imperfecte, maar zeer efficiënte en sterke film, die niet meer pretendeert te zijn dan wat hij is.

Tijdens het eerste deel van deze remake valt er meteen te vrezen voor een The Beguiled (de volslagen lege versie die Sofia Coppola draaide van Don Siegels originele meesterwerk uit 1971): een slaafse reconstructie van een origineel waaruit alle subtiliteit en bezieling zijn verwijderd. In het geval van Pet Sematary is een van die weggevallen elementen het overheerlijk groteske surrealisme – denk Evil Dead - dat in het origineel terug te vinden is en dat hier vervangen wordt door allerlei extra duiding die er voor zorgt dat de dingen hun mysterie volledig verliezen.

Halverwege komt er dan een grote plot ‘twist’ (die helaas deels verpest wordt door de al te expliciete trailer) en begint het er op te lijken dat de film ons bewust op het verkeerde spoor heeft willen zetten – het tweede deel is dan ook merkelijk superieur. De prent vindt nu stap voor stap een eigen stem en voegt eindelijk een aantal nieuwe elementen toe. Sterkste idee is een terugkeer naar de onderliggende thematiek van het boek, waarin het terug gebrachte kind een grote racune heeft tegenover de ouder die deze blasfemische daad stelde (het herrezen kind wordt trouwens bijzonder sterk vertolkt door Jeté Laurence en roept onprettige herinneringen op aan Ringu). Jammer is dan weer dat het personage van de zieke zus Zelda en de ‘goede’ waarschuwende geest van een overleden jongen, amper nog aan bod komen.

Deze nieuwe versie heeft beduidend minder impact dan de eerste, maar de poging tot experiment en de twisted, edgy en gedurfde extra elementen in de film, verdienen zeker aanmoediging.(YDB)

Pet Sematary, Usa – 2019, Regie: Kevin Kölsch, Dennis Widmyer, Acteurs: Jason Clarke, Amy Seimetz, John Lithgow, 101 minuten, Score: 7,5/10

Woensdag 10 april

Red Letter Day

alt

In Red Letter Day nemen een gescheiden moeder (Dawn Van de Schoot) en haar twee kinderen hun intrek in de suburbs van Aspen Ridge. Het gezin heeft zich nog maar net gesetteld of de vredelievende buurt wordt opgeschrikt door het in omloop brengen van een lading mysterieuze brieven, die heel nauwgezette instructies bevatten – waarna angst en paranoia zich als een lopend vuurtje doorheen de woonwijk verspreiden. Het langspeelfilm debuut van Cameron Macgowan, een Canadese movie geek die zijn kennis haalde uit de boeken van special effect- en make-up artiest Tom Savini, vertrekt vanuit een geestig concept en alles valt tot op zekere hoogte best te smaken. De eerste helft van Red Letter Day zit behoorlijk juist van toon, maar naarmate de film vordert, komt het scenario in de problemen en is de creativiteit al snel opgedroogd . (DiVB)

Red Letter Day, Canada – 2019, Regie: Cameron Macgowan, Acteurs: Dawn Van de Schoot, Hailey Foss, Kaeleb Zain Gartner, Roger LeBlanc, 76 minuten, Score: 5/10

The Pool (Narok 6 Metre)

alt

De Thaise survival-thriller The Pool is het mooiste bewijs van het feit dat goede genrecinema alles te maken heeft met stijl en zelfvertrouwen en weinig met geloofwaardigheid of realistische mimese.

De plot van deze vinnige prent is zo waanzinnig dat het bijna ridicuul wordt, maar werkt als een perfect geoliede machine, zolang de kijker de basispremisse aanvaardt. Die bestaat uit het gegeven dat de jonge Day na he beëindigen van een filmopname in een zwembad, door een reeks toevalligheden strandt op de bodem van het nu lege zwembad zonder een manier om de zes meter hoger gelegen rand te bereiken. Alles wordt ingewikkelder wanneer niet alleen zijn vriendin in dezelfde onmogelijke situatie verzeild raakt met hem, maar wanneer ook een ontsnapte krokodil in het lege bad belandt.

Sinds het overweldigende succes van Jaws een aantal decennia geleden, is het uitspelen van primaire angsten voor dodelijke monsters, zeker geen nieuw gegeven (alligators en krokodillen zijn populair, maar ook slangen en ander ongedierte worden geregeld opgevoerd). The Pool weet zich gelukkig te onderscheiden dankzij een slimme mix van zwarte humor, knap opgebouwde suspense en de ijzersterke cinematografie

Uit die rechtlijnige verhaallijn puurt regisseur Ping Lumprapleng immers een bijzonder efficiënte horrortrip die maximale spanning en griezel genereert uit de beperkingen die de plot stelt. Het wanhopige gevecht van het koppel om toch maar een uitweg te vinden, wordt op tijd en stond aangevuld met schermutselingen tussen mens en reptiel, die voorkomen dat het allemaal wat eentonig wordt. Inzake plausibiliteit en realiteitsgehalte is The Pool een absolute flop, maar de regie is bijzonder stijlvol en kan zowel rekenen op de knappe cinematografie als op het sterke werk van de animatieafdeling, die van de met de computer vervaardigde krokodil een angstaanjagende creatie weet te maken. Lumprapleng borstelt regelmatig een aantal competente momenten en beelden op het doek – de opening lijkt wel een kunstinstallatie en er wordt knap gebruik gemaakt van desoriënterende effecten met bolle spiegels en het wateroppervlak – en laat het kleurenpalet van zijn thriller op inventieve manier evolueren van diep blauw naar een gele woestenij van wanhoop, wanneer de troosteloze stenen van het lege zwembad zichtbaar worden.

U moet van dit uitzinnige stukje vertier vooral niet te veel subtiliteiten verwachten, maar de energieke aanpak en de vakkundige regie maken hier een bijzonder onderhoudend festijn van. (YDB/DVB)

The Pool (Narok 6 Metre), Thailand – 2018, Regie: Ping Lumprapleng, Acteurs: Theeradej Wongpuapan, Ratnamon Ratchiratham, 90 minuten, Score: 7,5/10

Vrijdag 12 april

alt

Assassination Nation

Nihilistische crime-thriller die illustreert tot welke extreme situaties het wijd verspreiden van selfies en tweets kan leiden. De film speelt handig in op de tijdsgeest van vandaag en speelt zich af in een respectabel Amerikaans voorstadje dat het doelwit wordt van een hacker, die de privégegevens van duizenden inwoners openbaar maakt. Het verhaal spitst zich toe op vier hartsvriendinnen die het slachtoffer worden van de heksenjacht die door dit lek ontketend wordt. Met zijn koortsachtig ritme, gebruik van snoepkleurtjes en hippe soundtrack zal Assassination Nation zeker goed in de markt liggen bij een jonger publiek, dat hier op nogal dubieuze wijze bewust wordt gemaakt van de niet te onderschatten gevaren van sociale media. (DiVB)

Assassination Nation, USA – 2018, Regie: Sam Levinson, Acteurs: Odessa Young, Abra, Suki Waterhouse, Hari Nef, Colman Domingo. 108 minuten, Score: 3/10

Zaterdag 13 april

alt

One Cut of the Dead (Kamera o tomeru na!)

Hilarische horrorkomedie van Shin’ichirô Ueda, die ondertussen uitgroeide tot een van de meest succesvolle Japanse independentfilms. Zoals de titel al weggeeft opent One Cut of the Dead met één ononderbroken shot van 37 minuten. Nadien verandert de prent in een ‘making-of’ die de keukengeheimen van de onderneming prijs geeft. Alles draait om de weinig ervaren crew van een low budget zombieprent die tijdens de opnames op de terreinen van een verlaten waterzuiveringsstation wordt belaagd door de ondoden. Wanneer de jonge hoofdactrice er aan het begin van One Cut of the Dead flink van langs krijgt, omdat ze er volgens de ongeduldige regisseur niet in slaagt om haar ware emoties te tonen, blijkt dit maar één van de vele trucjes te zijn om de kijker op het verkeerde been te zetten. Het real time-camerawerk ziet er zeer amateuristisch uit, maar dat maakt natuurlijk deel uit van het hele opzet. Een waanzinnig film-in-de-film experiment, waar u bijzonder veel plezier kan aan beleven. (DiVB)

One Cut of the Dead, Japan – 2017, Regie: Shin’ichirô Ueda, Acteurs: Takayuki Hamatsu, Yuzuki Akiyama, Harumi Shuhama, Kazuaki Nagaya. 96 minuten, Score: 8/10

Rock Steady Row

alt

Een verlegen eerstejaarsstudent wiens fiets wordt gestolen op een door criminaliteit besmette campus, begint een kruistocht om zijn tweewieler terug te vinden. Een aantrekkelijke cursiste journalistiek, wordt zijn bondgenoot. Als de protagonist verwikkeld raakt in de tweestrijd tussen twee rivaliserende studentenclubs, wordt het vervallen schooldistrict herschapen tot een vervaarlijke arena, waar alleen de wet van de sterkste geldt. Wat volgt is een vinnige satire die kan gezien worden als een moderne interpretatie van Yôjimbo of de spaghettiwesterns van Sergio Leone, maar waar je – ondanks zijn kwaliteiten- toch snel op uitgekeken raakt. (DiVB)

Rock Steady Row, Usa – 2018, Regie: Trevor Stevens, Acteurs: Heston Horwin, Riley Geis, Logan Huffman, Tom McLoughlin, Allie Marie Evans. 77 minuten, Score: 5/10

Zondag 14 april

The Unthinkable (Den blomstertid nu Kommer)

alt

‘Het is onmogelijk te vertellen waarover The Unthinkable gaat, probeer de plot maar eens uit te leggen’ wist Jonathan Lenaerts - de persverantwoordelijke (en dus een van de helden) van het BIFFF - me te vertellen. Bij deze dan toch een poging. De Zweedse film The Unthinkable van Victor Danell dompelt ons onder in een sfeer van terreur en noodtoestand, zonder ooit een duidelijke oorzaak voor deze situatie te geven. Wanneer de paniektoestand uitbreekt, weten we niet wie of wat die precies veroorzaakt. Zijn het de Russen, Daech… of is het een kracht die - zoals de titel suggereert - we ons simpelweg niet kunnen inbeelden.

Auto’s en helikopters slaan op hol en worden agressieve moordmachines, mensen krijgen door een vrijgegeven gas dementia op enkele minuten en anonieme troepen schieten op alles wat beweegt. Traditiegetrouw worden deze actiescenes op het BIFFF door luid gejoel en applaus begeleid en hoe extremer de afloop, hoe hoger de frequentie.

Doorheen dit verhaal zonder rechtlijnig narratief, zitten een liefdesverhaal en een familiedrama verweven. Een narcistische vader die tien jaar eerder zijn gezin verscheurde, zonder ook maar enige vorm van verantwoordelijkheid op zich te nemen, raakt tijdens de terreur met zijn gewonde zoon verzeild in een heldhaftige poging om de situatie te redden. De jeugdliefde Anna (Lisa Henni) van de zoon Alex (Christoffer Nordenrot, die samen met de regisseur het script schreef) zit meteen ook in hetzelfde schuitje.

Ruimtelijk gezien is de film pure chaos en ook al weten we nooit echt waar we ons bevinden, nostalgie, plaatsen uit het verleden en jeugdherinneringen, doemen op clichématige wijze steeds weer op. De prent weet zeker de spanning erin te houden en het idee een oorlogssituatie te evoceren zonder de kijker te informeren over wat er aan de hand is –– is dat in de realiteit niet altijd het geval? – is zeker boeiend, maar de film gaat compleet de mist in door de overdreven hang naar pathetiek en de eindeloze reeks ‘toevalligheden’ die de plot gaande moeten houden. Met de verergerende situatie en de dood die achter elke hoek loert, beseffen de protagonisten dat er zo veel tijd verstreken is, zonder dat ze bij hun geliefden konden zijn. Mooi is dat idee … melig de uitwerking.

Deze twee uur durende ‘what-if film’ werd gefinancierd door crowdfunding via ‘Crazy Pictures’: een vijf hoofden tellend Zweeds collectief. De lat voor een onafhankelijk project wordt hier wel degelijk zeer hoog gelegd, met een mooie visuele samenhang en een sterke cinematografie. De prent is een boeiende kritiek op de angst voor terrorisme en collectieve paniek. De onzekerheid en spanning die de film weet op te roepen, zijn sterk en er zijn enkele beklijvende scènes. Als geheel echter, probeert The Untinkable net iets te vaak onze emoties te bespelen en slaat de film daardoor de bal toch wat mis.(YDB)

The Unthinkable (Den blomstertid nu kommer), Zweden – 2018, Regie: Victor Danell, Acteurs: Christoffer Nordenrot, Lisa Henni, Jesper Barkselius, 129 minuten, Score: 7/10

The Fare

alt

Wanneer de charmante Penny (Brinna Kelly, ook producent en scenariste van The Fare) ‘in the middle of nowhere’, in het voertuig van taxichauffeur Harris stapt, is ze niet lang daarna van de aardbodem verdwenen. Een hevige storm doet de bestuurder immers in een schier eindeloze tijdsloop belandden. Door het resetten van de meter begint alles weer van vooraf aan, waardoor de ontmoeting tussen de twee telkens opnieuw plaats vindt. Maar het terugdraaien van de klok brengt ook nieuwe waarheden aan het licht.

Deze Groundhog Day ‘in a yellow cab’ is verfrissender dan deze wat gemakzuchtige omschrijving laat vermoeden. Het is een ongedwongen romantische praatfilm zonder tierlantijntjes die alleen door een melige finale een beetje ontsierd wordt, maar waarin de speling van het lot voorts op inventieve wijze in vraag wordt gesteld. (DiVB)

The Fare, Usa – 2018, Regie: D.C. Hamilton, Acteurs: Gino Anthony Pesi, Brinna Kelly, Jason Stewart, Jon Jacobs. 82 minuten, Score: 7,5/10

Aniara

alt

’There is protection against almost everything, against fire and damage through storm and cold. But there is no protection against humanity’, beweerde de Zweedse Nobelprijswinnaar Harry Martinson ooit. Zijn episch gedicht Aniara werd ontleend aan het oude Griekenland en ligt aan de grondslag van deze dystopische thriller. Daarin verlaten duizenden kolonisten de verwoeste aardbol, om koers te zetten naar het nieuwe Beloofde Land: de planeet Mars. De ‘state of the art’ transportschepen zijn uitgerust met alle voorzieningen en luxe. Door een ongeval met een brandstoftank slaat het ruimteveer echter op drift en belanden de passagiers in een existentiële crisis.

Aniara is een tot de verbeelding sprekende SF-prent, met echo’s van het oeuvre van de Britse auteur J.G. Ballard, die wisselvallig is van aard – maar in zijn beste momenten toch een bijzonder klimaat weet te scheppen. (DiVB)

Aniara, Zweden/Denemarken – 2018, Regie: Pella Kågerman & Hugo Lilja, Acteurs: Emelie Jonsson, Bianca Cruzeiro, Arvin Kananian, Anneli Martini. 106 minuten, Score: 6,5/10

Maandag 15 april

X - The Exploited

alt

In vergelijking met het hartveroverende retro-sprookje Liza dat regisseur Károly Ujj Mészáros eerder draaide, gaat het er een stuk minder vrolijk aan toe in X - The Exploited. De nieuwe film van de Hongaar speelt zich af in een mistroostig Boedapest, waar zelfmoordcijfers de hoogte in gaan en dagelijks mensen in onduidelijke omstandigheden aan hun einde komen. In de aanloop naar de nakende verkiezingen wordt het tumult in de straten ook steeds heviger. De door koorzangen ondersteunde proloog zet meteen de toon voor wat komen gaat. Mészáros’ fetisj-actrice Mónika Balsai speelt een vrouwelijke politie-inspecteur die jacht maakt op een seriemoordenaar die de Hongaarse hoofdstad in zijn greep houdt. Ze wordt geplaagd door paniekaanvallen en onderhoudt een moeilijke relatie met haar opstandige tienerdochter. Dit alles leidt tot een naargeestige policier die zich, afgezien van de verzorgde mise-en-scène (de kille fotografie van Martin Szecsanov is bepaald indrukwekkend) weinig onderscheidt van de doorsnee Scandinavische crimi, waarnaar deze stijloefening duidelijk is gemodelleerd. (DiVB)

X - the Exploited, Hongarije – 2018, Regie: Károly Ujj Mészáros, Acteurs: Mónika Balsai, Zsófia Bujáki, Renátó Olasz, Zoltán Schmied, Juli Básti. 114 minuten, Score: 6/10

The Dead Center

alt

Bescheiden Amerikaanse thriller over een man die plots uit de dood is opgestaan en bezeten raakte door demonische krachten. Wanneer hij compleet verward in een inrichting voor geesteszieken belandt en daar in observatie wordt gehouden, komt het verplegend personeel voor een raadsel te staan. Een paar uitzonderingen niet te na gesproken, bewandelt The Dead Center geen al te voorspelbare wegen – niettegenstaande we vrij snel door hebben hoe de vork aan de steel zit. Veel wordt echter teniet gedaan door een voor de hand liggend maar volstrekt onnozel slot – dat nog geen beetje vloekt met alles wat er aan vooraf ging. (DiVB)

The Dead Center, Usa – 2018, Regie: Billy Senese, Acteurs: Shane Carruth, Poorna Jagannathan, Jeremy Childs, Bill Feehely. 93 minuten, Score: 7/10

Dinsdag 16 april

Brother’s Nest

altDe zwarte Australische misdaadkomedie Brother’s Nest van Clayton Jacobson wordt hier en daar vergeleken met het werk van de gebroeders Coen. Als er echter iets is dat deze matig boeiende prent bewijst, is het wel dat het unieke cinematografische universum van het Amerikaanse broederduo niet zomaar te imiteren valt. De visuele dynamiek die de Coen broeders steeds opnieuw weten op te roepen, ontbreekt volkomen, wat een praatfilm oplevert die zich op uiterst moeizame wijze voortsleept.

De premisse doet inderdaad wat denken aan het opzet van een Coens-film: twee broers komen aan in een afgelegen woning en beginnen aan de meticuleuze voorbereiding van de moord op hun bejaarde stiefvader. Het eerste uur is volledig gevuld met (te) lange gesprekken tussen beide mannen, die ons stap voor stap meer inzicht geven in wat er precies aan de hand is. We hebben ook al snel door dat de oudste broer duidelijk de leiding heeft en alle eventualiteiten tot in de kleinste details heeft uitgedacht. Op zich is de plot best onderhoudend, maar er is echt wel een regisseur nodig van betere huize dan de Jacobson die hier achter de camera staat (en ervoor, hij speelt immers zelf de oudere broeder, terwijl zijn tegenspeler Shane Jacobson ook in het echte leven zijn broer is). De karaktertekeningen zijn dan ook bijlange niet boeiend genoeg om overeind te blijven en de humor die uit de absurde situaties gepuurd wordt is vlak en platvloers en roept enkel ergernis op.

Omdat regie, scenario en cinematografie dermate ongeïnspireerd zijn, kijken we vijfenveertig minuten lang in wezen gewoon naar twee personages in een lelijk oranje pak, die eindeloos blijven palaveren over wat ze van plan zijn te doen, zonder dat daar enige interessante filmische vormgeving aan te pas komt. Wanneer het zaakje helemaal dreigt vast te lopen, duikt dan toch uiteindelijk hun slachtoffer op en ontaardt de film in een grand-guignoleske farce waarin de plannen uiteraard volkomen in duigen vallen – zowel door allerlei toevalligheden als door de stupiditeit van de daders zelf.

De enige echte troef van “Brother’s Nest” is de door Richard Pleasance geschreven bluesy soundtrack, die oneindig veel subtieler en sfeervoller is dan de film waar die bijhoort.(YDB/DVB)

Brother’s Nest, Australië – 2018, Regie: Clayton Jacobson, Acteurs: Clayton Jacobson, Shane Jacobson, Kim Gyngell, 97 minuten, Score: 4/10

Dinsdag 16 april

The Beach Bum

alt

De Amerikaanse relschopper Harmony Korine (Gummo, Spring Breakers) voert in zijn jongste film een aan cannabis verslaafde nietsnut en rokkenjager op, die de tijd doodt aan de kust van Florida. Moondog (Matthew McConaughey in ‘The Dude’-modus) was ooit een bekend dichter op Key West en ligt geen moment wakker van zijn non-conformistische levenshouding. De in hogere sferen vertoevende ‘zwerver’ (die teert op de centen van zijn schatrijke echtgenote) vult zijn dagen liever met zuipen en avances maken bij halfnaakte grieten – zelfs de bruiloft van zijn dochter kan hem niet uit deze roes brengen.

The Beach Bum is het soort film waaraan je best geen bepaalde eisen stelt en gewoon ondergaat. De prent lijkt haast volledig ontdaan van iedere structuur en je zou deze stijl als dromerig associatief kunnen bestempelen. In welke mate u bereid bent om u aan dit freewheelen over te geven, hangt natuurlijk grotendeels af van de eigen ingesteldheid. Bij voorkeur kan je dit luchtige niemendalletje dan ook best degusteren op een luie zomeravond, al dan niet met bijpassende cocktail in de hand. Speciale vermelding voor DOP Bênoit Debie, die het decadente bestaan van de jetset van een passend kleurenpalet voorziet. (DiVB)

The Beach Bum, Usa, Uk, Frankrijk, Zwitserland – 2019, Regie: Harmony Korine, Acteurs: Matthew McConaughey, Snoop Dogg, Isla Fisher, Stefania LaVie Owen, Zac Efron, Jonah Hill. 95 minuten, Score: 5/10

Woensdag 17 april

Braid

alt

Omdat films die een compleet bezeten en overdonderend visueel universum van dergelijk niveau kunnen verwezenlijken uitzonderlijk zijn, vallen we maar meteen met de deur in huis: Mitzi Peirone weet met haar eerste langspeelfilm Braid (waarvoor ze het scenario ook zelf schreef) zo’n overweldigend, van kleuren barstend gesatureerd universum op te roepen, dat elk beeld wel een kunstinstallatie lijkt te zijn. De ijzersterke mise en scène en cinematografie in combinatie met een vastberaden, eigenzinnige regie en een gedurfd script, maken van deze film niets minder dan een cinematografische parel.

Wanneer ‘Dido’s lament’ van Purcell (meteen ook een van de meest hoogstaande opera’s uit de geschiedenis) weergalmt door de gangen van het grootse huis waarin de film zich grotendeels afspeelt en in een leeg zwembad het rode rondspattende bloed sterk contrasteert met de groene kledij van de vrouwen, ontstaat er een Argento-waardige barokke kleurenopera.

Twee jonge vrouwen, Petula Thames (Imogene Waterhouse) en Tilda Darlings (Sarah Hay), ontvluchten hun problematische relatie met drugverkoop en trekken naar het huis van hun rijke jeugdvriendin Daphne Peters (Madeline Brewer), met als doel haar kluis te plunderen. Ze komen evenwel terecht in een sadomasochistisch spel waar geen einde aan lijkt te komen. Als een vlecht worden de drie levens van deze vrouwen verstrengeld in deze psychologische ‘mind fuck’ thriller waarin het spel dat ze als kinderen speelden verdergezet wordt. Zo spelen ze doktertje en huisje met de psychopathische Daphne als moeder, Tilda als dochter en Petula als overtuigende dokter. De terugkerende kindertijd wordt symbolisch weergegeven door close-ups van een poppenhuis en zoals bij vele problematieken ligt de oorzaak ook hier in de niet zo onschuldige jeugd van de drie vrouwen.

Zoals in elk spel gelden ook hier enkele regels: iedereen moet spelen, er zijn geen buitenstaanders toegelaten en niemand mag vertrekken. We worden als kijker steeds meer opgeslorpt in de ‘make believe’ van het spel en zoals kinderen zien we fantasie werkelijkheid worden. De grenzen van wat ‘echt’ is en wat verbeelding, hallucinatie of pure waanzin is, vervagen steeds meer tot er enkel een kluwen van onirische, desoriënterende beelden overblijft.

Het gigantische, elegante huis dat transformeert tot een perverse gevangenis roept bij momenten Salò van Pasolini op, met het verschil dat Pasolini in zijn meesterwerk seksuele perversie gebruikte als metafoor voor de perversie van de macht (een misinterpretatie van de film die spijtig genoeg enkele zware gevolgen heeft gehad). Betere vergelijking zijn dan misschien ook eerder The Neon Demon of The Handmaiden (er zitten verschillende elementen in Braid die doen denken aan het werk van Chan-wook Park), films waarin er zich eveneens in een barokke omgeving een pervers machtsspel tussen vrouwen ontvouwt dat dan vervolgens tot een orgelpunt komt in een reeks onwaarschijnlijke climaxen. Het huis waarin de opnames van Braid plaatsvonden, is het historische ‘Alder Manor’ in Yonkers NY en werd door de mijnmagnaat W.B. Thomson ontworpen in een 20ste eeuwse neorenaissancestijl en Peirone weet tot in de puntjes gebruik te maken van deze uitzonderlijke omgeving.

Het kleurenpalet waar de film voor kiest, bestaat uit een combinatie van pastel-en neontinten (met hier en daar een monochroom beeld). In de scènes waarin pastelkleuren de overhand krijgen, herkennen we meteen het kleurenpalet uit de films van Wes Anderson. De meest minutieuze en door detail geobsedeerde elementen die aanwezig zijn in zowel de films van Peirone als Anderson, smeken erom meermaals bekeken te worden. Anderson mag ons dan vooral doen lachen, dat doet niks af aan zijn cinematografische talent. Op het moment dat de door drugs geïnduceerde hallucinaties de overhand nemen kiest cinematograaf Todd Banhazl dan weer voor desoriënterende widescreen-beelden en een neonkleurig palet, dat we ook terugvinden in bijvoorbeeld de films van Nicolas Winding Refn (Only God Forgives, The Neon Demon). Dit alles is doorspekt met vrouwelijke erotiek, de sensualiteit van bloed en de opwinding van pijn. De vrouwen zijn dan ook -zoals de dakloze in de film hen zo goed beschrijft - ‘like mermaids on crack’.

Met de evoluerende waanzin van de personages, lijkt het plot zichzelf ook steeds meer (in goede zin) te verliezen en kruipt de desoriënterende gekte ons steeds meer onder de huid. De film is eigenzinnig en behoudt consequent de eigen visie, waardoor we volledig in het krachtige en samenhangende universum van deze opkomende cineaste kunnen duiken – meteen een handleiding in het maken van grote cinema. Het einde bestaat uit een geslaagde ‘mind fuck ‘waar Scorscese (denk Shutter Island) fier op zou zijn.

Deze eerste langspeelfilm van de in Italië geboren cineaste, creëert hoge verwachtingen voor wat we nog van haar te zien zullen krijgen en of ze haar weg naar een dionysische perfectie zal vervolledigen. Het moet gezegd: vrouwen die thrillers of horrorfilms maken zijn zeldzaam en Braid toont andermaal aan hoe jammer dat is. De prent is niet enkel Peirones langspeeldebuut, het is tegelijkertijd ook de eerste langspeelfilm die door ‘blockchain’ gefinancierd werd, een systeem van ‘cryptocurrency equity crowdsale’ dat je als investeerder een deel van het profijt van de film garandeert. In twee weken tijd werd er op die manier een budget van 1,7 miljoen dollar verzameld.

Veel zaken in Braid blijven onuitgesproken. Zo voelen we dat wanneer de twee vrouwen aankomen in het huis, dit niet de eerste keer is dat ze dit spel spelen. Hoe vaak zal het zich herhalen? Sommigen zullen het versnipperde chronologische narratief storend vinden, maar als je je er als kijker, net als de personages, in verliest en je jezelf niet tegen de barokke waanzin verzet, krijg je de kans een uniek en pur sang cinematografisch universum ontdekken. Braid is dan ook een nooit eindigend raadsel, een visueel ervaringsgedicht waarin droom en realiteit als een ‘braid’ met elkaar vervlochten zijn.(YDB)

Braid, Usa, Regie: Mitzi Peirone, Acteurs: Madeline Brewer, Imogen Waterhouse, Sarah Hay, 82 minuten, score: 10/10

Donderdag 18 april

alt

The Room

Routineuze spookhuisthriller van de in Frankrijk geboren regisseur Christian Volckman, die reeds furore maakte met zijn motion capture-animatiefilm Renaissance. Twee dertigers uit New York (vertolkt door de fotogenieke Olga Kurylenko en onze eigen Kevin Janssens) ontdekken een geheime kamer die hun grootste wensen in vervulling kan laten gaan. In een mum van tijd bezwijkt het paar voor deze verlokking, maar hun materialistische honger ontaardt al gauw in een nachtmerrie.

De plot van The Room valt met de ogen dicht te voorspellen en herkauwt alle reeds tot in den treure herhaalde regeltjes van het genre, zonder daar maar enige originaliteit aan toe te voegen. (DiVB)

The Room, Frankrijk, Luxemburg, België – 2019, Regie: Christian Volckman, Acteurs: Olga Kurylenko, Kevin Janssens, Francis Chapman, Marianne Bourg, John Flanders. 90 minuten, Score: 3/10

Cutterhead

alt

Wanneer een journaliste naar de werf van een ondergrondse metrolijn in Kopenhagen wordt gestuurd om verslag uit te brengen over de werkzaamheden daar, breekt er plots een brand uit en raakt de vrouw samen met twee arbeiders volledig afgesneden van de buitenwereld. Terwijl het zuurstofpeil in de benepen ruimte slinkt, ligt hun enige overlevingskans in de handen van externen. Voor een film die aftikt op nauwelijks 87 minuten, gaat er te veel kostbare tijd verloren aan een nutteloos gerokken introductie. Zelfs wanneer het noodlot eindelijk toeslaat, neemt de spanning maar met mondjesmaat toe. Alleen in de laatste rechte lijn van Cutterhead, wanneer de radeloze protagonisten een ultieme poging ondernemen om hun vrijheid terug te winnen, kunnen we als kijker het gevoel van ingesloten zijn, bijna echt proeven. Op dat moment weet de regisseur het beste te halen uit zijn budgettaire beperkingen en laat Rasmus Kloster Bro ook echt geïnspireerde dingen zien – maar tegen dan is het kalf eigenlijk al verdronken. (DiVB)

Cutterhead, Denemarken – 2018, Regie: Rasmus Kloster Bro, Acteurs: Christine Sønderris, Kresimir Mikic, Samson Semere, Adrian Heili. 87 minuten, Score: 5/10

Bodies at Rest

alt

Tweederangs actievehikel van de Finse genrespecialist Renny Harlin. Een forensisch expert en zijn pupil worden tijdens een stormachtige kerstavond op hun werkplaats overvallen door gemaskerde indringers, die toegang eisen tot het stoffelijk overschot van een jonge vrouw die bezweek aan een schotwonde in de borst. Alles heeft te maken met de kogel die zich nog in het lichaam van het slachtoffer bevindt en het enige bewijs vormt dat de bandieten aan de moord op het meisje kan linken.

Het kat- en muisspelletje dat tussen de wetsdokter, zijn stagiaire en hun belagers ontstaat, overstijgt zelden of nooit de grijze middelmaat. De regisseur van Die Hard 2 en Cliffhanger weet echter hoe je met een paar eenvoudige tools een pretentieloze B-film in elkaar steekt, die er op zijn minst de pas in houdt – zodat we amper de tijd krijgen om stil te staan bij de tekortkomingen. (DiVB)

Bodies at Rest, China, Hong Kong – 2019, Regie: Renny Harlin, Acteurs: Nick Cheung, Richie Jen, Zi Yang. 94 minuten, Score: 5/10

Vrijdag 19 april

Extra Ordinary

alt

De Iers-Belgische co-produtie Extra Ordinary is een vrij verrassende – zei het vaak zeer wisselvallige – komedie, die vooral kan rekenen op het duidelijk aanwezige stijlgevoel van het regisseursduo Mike Ahern en Enda Loughman.

De film opent met een scène aan een graf, waarin een dame zich excuseert voor het vermoorden van haar vader. Niet alleen de droogkomische ondertoon is meteen gezet, de sterke composities en integratie van het landschap (veel beelden werden gemaakt met de hulp van drones), het kleurgebruik en de aandacht voor details, maken ook meteen duidelijk dat de makers heel wat in hun mars hebben.

De vrouw uit de openingsscène blijkt de sympathieke Rose te zijn, die haar brood verdient als rij-instructeur, maar een verleden heeft als een soort spokenjager. Wanneer Martin , die nog steeds contact heeft met zijn overleden bazige vrouw, beroep doet op haar diensten, weigert ze aanvankelijk om haar oude bestaan weer op te nemen. Dat verandert wanneer Martins dochter het slachtoffer wordt van een satanisch ritueel, dat opgezet is door een verlopen charmezanger (Wil Forte die zich voorzien van een belachelijk haarstukje duidelijk eens goed laat gaan) in de hoop zijn carrière te kunnen redden door een pact met de duivel te sluiten.

Het meest geslaagd zijn niet de los in het rond gestrooide referenties naar andere films – The Exorcist en Ghostbusters voorop – wel de manier waarop Ahern en Loughman voortdurend op grappige en liefhebbende wijze de draak steken met de regels van het genre. Niet alle humor is even geslaagd, maar de inventieve terzijdes zijn inventief genoeg om anderhalf uur boeiend te blijven. Zelfs wanneer een aantal zaken dan toch de mist ingaan, kan de prent gelukkig ook terugvallen op de knappe visuele hommages aan zowel de B-cinema van de jaren negentientachtig als de Italiaanse ‘gialli’ uit de jaren zeventig.

Het ritme van deze griezelkomedie stokt soms wat te veel, maar dit charmante filmpje is wel een levend bewijs van het feit dat komedies tegelijkertijd onderhoudend, stijlvol en gracieus kunnen zijn en niet noodzakelijk hoeven te vervallen in slecht in beeld gezette platvloersheid.(DVB)

Extra Ordinary, Ierland/België – 2019, Regie: Mike Ahern en Enda Loughman, Acteurs: Maeve Higgins, Barry Ward, Will Forte, 94 minuten, Score: 7/10

Zaterdag 20 april

alt

Werewolf (Wilkolak)

Deze sombere allegorie verhaalt hoe in de nasleep van W.O. II een groepje weeskinderen die worden bevrijd uit een Pools concentratiekamp, onder toezicht komen te staan in een vervallen landhuis. Het duurt niet lang vooraleer de kinderen volledig op elkaar zijn aangewezen en zonder eten of drinken aan hun lot worden overgelaten. Ze vallen niet alleen ten prooi aan de verschrikkingen van enkele Russische soldaten, hun verblijfplaats wordt ook omsingeld door een handvol bloeddorstige herdershonden, die tijdens de oorlog werden ingezet om de kampen te bewaken.

Je hoeft niet ver te zoeken naar een verband tussen de verwilderde kinderen en de woeste dieren die hen bedreigen. Hoewel er vage allusies zijn naar Lord of the Flies van de Britse Nobelprijswinnaar William Golding, weet regisseur Adrian Panek toch vooral zijn eigen visie door te drukken. Hij onderzoekt in welke mate het doen en laten van het gezelschap wordt bepaald door de traumatische ervaringen die ze met mekaar delen. De groep laat zich niet leiden door angst, maar ontwikkelt overlevingsstrategieën wanneer hun voortbestaan in het gedrang komt. Panek haalt het beste naar boven bij zijn jeugdige ensemble-cast, die overwegend bestaat uit niet-professionele acteurs. Een kleine film die vooral bij blijft door zijn realistische sfeerschepping en de subtiele manier waarop van muziek wordt gebruik gemaakt, zonder dat die prominent op de voorgrond treedt. (DiVB)

Werewolf, Polen, Nederland, Duitsland – 2018, Regie: Adrian Panek, Acteurs: Kamil Polnisiak, Nicolas Przygoda, Sonia Mietielica, Danuta Stenka, Werner Daehn. 88 minuten, Score: 7/10

I Trapped the Devil

alt

Wie met Kerst op familiebezoek gaat, verwacht meestal geen ontspoorde verwant die er heilig van overtuigd is dat hij de duivel in hoogsteigen persoon in zijn kelder heeft opgesloten. Met deze premisse verlekkert regisseur Josh Lobo (de man verdiende eerder een credit als ontwerper voor het design van het Gondryeske Dave Made a Maze) ons voor zijn langspeeldebuut waarin hij te leen ging bij de conspiracy thrillers uit de jaren zeventig en de producties die omstreeks diezelfde periode inspeelden op de ‘satanic panic’, een trend die ons in de nasleep van het succes van Rosemary’s Baby, titels bezorgde zoals The Mephisto Waltz, The Exorcist en The Omen én recenter The House of the Devil.

Net zoals die laatste een genreoefening was in het stapsgewijs opbouwen van suspense aan de hand van een aantal sprekende elementen, wil ook I Trapped The Devil een intieme ‘slow-burn’ griezelfilm zijn die meer bevrediging put uit sfeer en setting dan nadrukkelijke schrikeffecten, een uitgangspunt waarmee Lobo althans voor het eerste deel van zijn runtime competent aan de slag gaat. Het resultaat hiervan is dat de aankleding van het afgelegen huisje er voortreffelijk uitziet en het zwakke schijnsel van de lampionnetjes prima tot zijn recht komt dankzij de sombere, evocatieve cinematografie. Ook het idee om de personages langzamerhand ten prooi te laten vallen aan een alles verterende paranoia terwijl ze onder elkaar proberen uitzoeken wat ze in hemelsnaam met de Heer der Duisternis zullen aanrichten, is een interessante insteek.

Jammer genoeg - en dat is werkelijk zonde - blijkt na ongeveer veertig minuten dat Lobo toch niet zo heel goed weet waar hij naartoe wil en wordt het pijnlijk duidelijk dat zelfs thrillers die het voornamelijk van hun ‘mood’ moeten hebben toch beter af zijn met een beetje richting of het houvast van een zorgvuldig uitgewerkt scenario. Omdat I Trapped The Devil dat niet heeft, blijft de tweede helft van de film steken in eindeloos gezeur en het wel-niet erkennen van de hellevorst in de kelder. De intrigerende eindscène die opnieuw tot de verbeelding spreekt, bevestigt ook dat de film het beter zou hebben gedaan als kortfilm.

Ondanks zijn gebreken, lijkt het erop dat I Trapped The Devil best aansluiting zou kunnen vinden bij een publiek dat houdt van de wave van ‘hipster horror’ die we tegenwoordig onder meer uit de Verenigde Staten zien komen aanwaaien. Bij Yellow Veil Pictures, het kersverse filmbedrijf dat ook de verdeling van het opzienbarende Luz op zich heeft genomen, lijkt de film alvast goed te zitten.(VC)

I Trapped the Devil, Usa – 2019, Regie: Josh Lobo, Acteurs: AJ Bowen, Susan Burke, Jocelin Donahue, 82 minuten, Score: 6/10

Abrakadabra

alt

Graag was ik degene geweest (het interview kan helaas uiteindelijk niet plaatsvinden) die regisseur Nicolás Onetti (dit jaar te gast op het BIFFF) in persoon had kunnen vragen waarom het beelduniversum en de soms zo verwarrende verhaallijnen van de giallo hem vandaag de dag nog steeds aanspreken terwijl het van origine Italiaanse genre zijn gekristalliseerde vorm aannam in het midden van de jaren zeventig en eind dat decennium ook stilletjes aan uitgebold was.

De regisseur en producent van Sonno Profondo, een neo-giallo die wordt verteld vanuit het eerstepersoonsperspectief van de moordenaar en Francesca, ook een hedendaagse giallo, is tezamen met zijn co-regisseur Luciano Onetti met Abrakadabra reeds toe aan zijn derde bijdrage aan het genre.

Dat cijfer maakt van het duo de onuitgesproken mededingers naar de hedendaagse ‘giallo-kroon’ die eerder min of meer werd toegekend aan het echtpaar Forzani-Cattet, het regisseursduo van eigen bodem dat het genre van de de voorbije jaren grondig door elkaar schudde met twee films die de conventies en de stijlmiddelen van hun voorbeelden gebruikten, maar eigenzinnig vertaalden (Amer en The Strange Color of Your Body’s Tears).

Zij zijn zeker niet de enige eigentijdse auteurs die zich aangetrokken voelen tot de iconografie en de ietwat perverse ondertoon die eigen is aan zoveel gialli, want echo's van het genre zien we ook terug in thrillers die zo uiteenlopend zijn als Nicolas Pesces Piercing of Peter Stricklands Berberian Sound Studio. Wel kunnen we zeggen dat de Argentijnse Onetti's gialli maken volgens de regels van de kunst, namelijk: zo authentiek mogelijk (geen overdreven stilistische of experimentele Spielerei à la Forzani-Cattet, wel een getrouw navolgen van de meest opvallende karakteristieken) en met een inzicht in zowel de inspirerende tropen als de onvrijwillige mankementjes die het genre kenmerken (in Abrakadabra gaan ze zelfs zo ver om het ‘principe’ van een paar gammele plotlijnen te kopiëren, je moet het maar durven!).

Ook het verhaal is een rasecht giallo-narratief in de zin dat Lorenzo, de nogal verdwaasde magiër die veel te veel J&B drinkt en zich daardoor met een aanhoudende kater doorheen de zoektocht naar de moordenaar moet worstelen (een nogal sadistische maar komische noot van de filmmakers). Een personage zoals David Hemmings in de genreklassieker Profondo Rosso dus, onhandig op zoek naar wat zich nog niet aan hem wil openbaren.

Hoewel Abrakadabra iets ontbreekt dat andere gialli meestal wel in overaanbod hebben om de aandacht van de kijkers naar zich toe te zuigen (namelijk een groot aantal spectaculaire moordpartijen), blijft het uitzicht van de film bijzonder visueel prikkelend door een origineel gebruik van kleurfilters en blikvangers in de vorm van set pieces, kostumering en één psychedelische seksscène begeleid door de muziek van Piero Umiliani uit Mario Bava's Five Dolls for an August Moon. Fans van het Italiaanse subgenre zullen zichzelf een overgroot plezier doen door deze film een kans te geven - wie de trailer opzoekt en bekijkt, begrijpt zonder twijfel wat ik bedoel.(VC)

Abrakadabra, Argentinië/Nieuw-Zeeland – 2018, Regie: Luciani Onetti en Nicolás Onetti, Acteurs: German Baudino, Raul Gederlini, Clara Kovacic, 90 minuten, Score: 7/10

Zondag 21 april

I’m Back (Sono Tornato)

alt

Gebaseerd op het boek Er ist Wieder Da waarin de heropstanding uit de doden van Adolf Hitler verhaald wordt, draaide Luca Miniero deze Italiaanse variant waarin Mussolini herrijst in het moderne Italië.

Het land dat hij – na de eerste verwarring en een studieronde aan de hand van dagbladen – aantreft zint hem hoegenaamd niet: hij ziet overal kleurlingen (die hij steevast ‘Abessiniërs’ blijft noemen ), corrupte politici, algemene chaos en democratie die naar zijn mening compleet verspild is aan de politiek ongeïnteresseerde Italianen. Gesteund door een ambitieuze documentairemaker – een alter ego voor de regisseur – begint hij aan een tocht doorheen Italië met als inzet het heroveren van de macht met de hulp van de twee machtigste propagandamiddelen: het internet en de televisie (de verwijzingen naar het Italië van Berlusconi zijn nooit veraf).

Sono Tornato begint wat aarzelend en nadrukkelijk, maar gaandeweg vindt Miniero het juiste ritme en wordt zijn amalgaan van multimediale beelden even venijnig als onderhoudend. De film is bij momenten ook echt uitzinnig grappig, zoals de scène waarin ‘Il Duce’ er achter komt dat een zin uit de prominent aanwezige hit L’Italiano van Toto Cutugno geen fictie is , maar er echt ooit een Partizaan president werd. De humor is niet altijd even scherp, maar zelfs in mindere momenten valt er fijntjes te lachen met absurditeiten als de voormalige leider die een hond van een Brits ras in koelen bloede neerschiet – een voorval dat later ook nog een grote betekenis in de plot krijgt.

De bijtende humor zet de kijker aanvankelijk op het verkeerde been, omdat we net als de personages lijken te vergeten dat Benito Mussolini een dictator en misdadiger is en onder zijn droog komische uiterlijk een wolf in schapenvacht schuilgaat. Langzamerhand wordt her ware gelaat van het fascisme opnieuw onthult en herinnert een bejaarde dame er ons aan dat ‘mensen nog altijd het verhaal geloven dat het fascisme in Italië minder erg was dan het nazisme in Duitsland’.

Sono Tornato bespeelt een terrein waarop filmmakers als heel snel uitschuivers maken, maar de combinatie van speelse lichtheid, vakkundige regie en een uitstekende vertolking van Massimo Popolizio , zorgen ervoor dat de film moeiteloos overeind blijft en door de jury onder voorzitterschap van Patrick Duynslaegher, terecht bekroond werd als beste prent uit de sectie ‘Europese Film’ op de zevenendertigste editie van het BIFFF festival.(DVB)

I’m Back (Sono Tornato), Italië – 2018, Regie: Luca Miniero, Acteurs: Massimo Popolizio, Frank Matano, Stefania Rocca, 100 minuten, Score: 8/10

E-mailadres Afdrukken
Tags: BIFFF
 
Blog Bifff 2019

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST